Blog
Waarom deze wet?
Tijdens de coronapandemie in 2020-2022 waren fysieke bijeenkomsten niet (of in zeer beperkte mate) mogelijk. Organisaties werden als gevolg daarvan gedwongen om hun algemene vergaderingen digitaal of hybride te houden. Deze manier van vergaderen was mogelijk op grond van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid.
De ervaringen uit deze periode hebben geleerd dat het digitaal vergaderen “een waardevolle aanvulling is”. Vanuit het bedrijfs- en verenigingsleven is daarom een sterke roep gekomen om deze tijdelijke mogelijkheid om te zetten in een blijvende mogelijkheid. De Wet digitale algemene vergadering komt aan die wens tegemoet.
De Tweede Kamer hoopt dat de mogelijkheid om volledig digitaal te vergaderen een positief effect heeft op het aantal aandeelhouders en leden dat deelneemt aan de algemene vergadering. Voorts wordt met het afschaffen van verplichte fysieke vergaderingen het aantal reisbewegingen verminderd. De wetswijziging zou daarmee tevens milieuvriendelijk en CO2-reducerend zijn.
Wat verandert er?
Wijze van vergaderen
Indien de nieuwe wet wordt aangenomen kunnen privaatrechtelijke rechtspersonen hun algemene vergadering volledig online laten plaatsvinden. Het uitgangspunt van de Wet digitale vergadering is dat een digitale vergadering zoveel mogelijk lijkt op een fysieke vergadering. Een digitale vergadering moet daarom zoveel mogelijk voldoen aan de volgende voorwaarden voldoen.
Voorwaarden voor de hybride of volledig digitale vergadering
(1) Instemming algemene vergadering met digitaal vergaderen
In de statuten van de privaatrechtelijke rechtspersoon moet zijn opgenomen dat hybride of digitaal vergaderen is toegestaan. Fysieke vergaderingen zijn ook nog altijd mogelijk. Dat bepaalt de rechtspersoon zelf. Zodra de statuten digitale vergaderingen toestaan, zijn alle aandeelhouders daaraan gebonden.
(2) Volwaardige digitale participatie van de aandeelhouders
Aandeelhouders moeten volwaardig aan de vergadering kunnen deelnemen. Zij moeten vragen kunnen stellen en het bestuur is verplicht deze te beantwoorden. Het structureel negeren van vragen kan leiden tot schending van de inlichtingenplicht van het bestuur. Om volwaardige participatie te waarborgen, moeten aandeelhouders de vergadering rechtstreeks met beeld en geluid kunnen volgen én eraan kunnen deelnemen. Een tweezijdig audiovisueel communicatiemiddel is verplicht. Een eenzijdige livestream, zoals bij sommige huidige hybride vergaderingen, is niet langer toegestaan.
(3) Identificatie
De aandeelhouder die digitaal deelneemt, moet worden geïdentificeerd. Hierdoor kan worden gecontroleerd dat de vergadering wordt bijgewoond en het stemrecht wordt uitgeoefend door iemand die daartoe bevoegd is. Nadere vereisten aan de identificatieplicht zijn niet wettelijk opgenomen.
(4) Uitoefening van het stemrecht
De aandeelhouders moeten tijdens de vergadering live kunnen stemmen. De wijze waarop wordt gestemd, is niet aan wettelijke voorschriften gebonden. De statuten kunnen wel de wijze waarop gestemd moet worden, voorschrijven.
Eisen aan oproeping bij de hybride of volledig digitale vergadering
De wet vereenvoudigt ook de regels voor digitale oproeping. Onder het huidige recht moeten de aandeelhouders met een digitale oproeping voor de algemene vergadering instemmen. Dit instemmingsvereiste zal met de Wet digitale vergadering worden geschrapt.
Voorts zal voortaan in de oproeping informatie moeten worden opgenomen over de procedure voor deelname aan de algemene vergadering en uitoefening van het stemrecht. Deze informatie ziet bijvoorbeeld op de applicatie of website die wordt gebruikt en hoe gestemd kan worden.
Conclusie
De Wet digitale algemene vergadering zal een belangrijke stap richting een modernere, meer flexibele en digitale vergadercultuur in Nederland markeren. Door een juridische basis te bieden voor volledig digitale algemene vergaderingen, wordt aangesloten bij de huidige digitale realiteit. Voor veel privaatrechtelijke rechtspersonen biedt dit kansen op meer efficiëntie, toegankelijkheid en participatie – mits de technische, juridische en organisatorische randvoorwaarden goed worden ingevuld.
De wet is dus op 16 december 2025 door de Tweede Kamer aangenomen. De wet moet nu nog door de Eerste Kamer worden goedgekeurd. Nadien kan de wet pas in werking treden. De exacte datum daarvoor is nog niet bekend.