Blog
Wat speelde er in deze zaak?
DPD werkte al jarenlang samen met twee pakketbezorgbedrijven: Get Moving en Bosch. De partijen hadden een jaarovereenkomst die telkens automatisch werd verlengd, met een opzegtermijn van één maand. In 2018 besloot DPD de lange samenwerking te beëindigen. DPD hield zich netjes aan de afgesproken opzegtermijn, maar de twee bezorgbedrijven vonden die maand veel te kort. Zij waren namelijk steeds afhankelijker geworden van de samenwerking en liepen na de opzegging aanzienlijke kosten en risico’s.
Zij stapten naar de rechter en vroegen onder meer schadevergoeding.
Het hof: langere opzegtermijn “invullen” op basis van redelijkheid
Het gerechtshof gaf de bezorgbedrijven gelijk. Volgens het hof was de samenwerking in de loop der jaren zo uitgebreid dat partijen hun opzegregeling eigenlijk hadden moeten aanpassen. Dat dat nooit is gebeurd, zag het hof als een leemte in de overeenkomst. Die leemte vulde het hof in met de “aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid”. Het hof vond dat DPD eigenlijk een opzegtermijn van drie maanden (voor Get Moving) en twee maanden (voor Bosch) had moeten hanteren. Omdat dat niet was gebeurd, was DPD volgens het hof schadeplichtig.
De Hoge Raad: zo werkt het niet
De Hoge Raad vernietigde dit oordeel. Het belangrijkste uitgangspunt is dat een contractuele opzegtermijn leidend blijft. Een rechter mag die niet zomaar vervangen door een andere, langere termijn, alleen omdat dat redelijker zou zijn. Zo’n ingrijpende wijziging is alleen mogelijk wanneer toepassing van de contractuele regeling op basis van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid “naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar” is. Dat is een zware juridische toets, die het hof in dit geval niet heeft uitgevoerd.
Wel erkent de Hoge Raad dat er situaties bestaan waarin iemand die een overeenkomst opzegt, verplicht kan zijn om een vergoeding aan te bieden, bijvoorbeeld omdat de andere partij door de opzegging onevenredig hard wordt geraakt. Maar dat is iets anders dan het simpelweg aanpassen van de opzegtermijn zelf.
De Hoge Raad legt vervolgens uit dat ook de manier waarop schade wordt vastgesteld verschilt. Wanneer iemand tekortschiet (bijvoorbeeld door een opzegtermijn te schenden), wordt de schade berekend met een zogenoemde vermogensvergelijking – een vrij objectieve methode waarbij meer schadeposten kunnen worden meegenomen. Wanneer een schadevergoeding voortvloeit uit de aanvullende werking van redelijkheid en billijkheid, is de schade veel meer afhankelijk van wat in de omstandigheden eerlijk wordt gevonden. Dat is een minder ruime en minder voorspelbare manier van berekenen. Het hof had deze twee systemen door elkaar gehaald en dat was juridisch onjuist.
Waarom dit arrest belangrijk is
Deze uitspraak is niet alleen relevant voor pakketbezorgers, maar voor iedere langdurige samenwerking. Of het nu gaat om schoonmaakdiensten, IT-onderhoud, transport, consultancy, of een andere vorm van dienstverlening: afspraken over opzegging hebben veel waarde. De rechter zal daar niet zomaar in ingrijpen.
Tegelijkertijd laat de zaak zien dat langdurige afhankelijkheid risico’s met zich meebrengt. Wanneer een samenwerking veel langer duurt of veel intensiever wordt dan oorspronkelijk bedacht, is het verstandig om de contractafspraken regelmatig opnieuw te bekijken. Een opzegtermijn die bij de start logisch lijkt, kan jaren later niet meer passend zijn. Leg nieuwe afspraken schriftelijk vast en voorkom dat een rechter later moet inspringen in een situatie die eigenlijk voorkomen had kunnen worden.
Wat betekent dit?
Voor bedrijven die langdurige samenwerkingen aangaan, is dit arrest een duidelijke reminder:
Maak heldere afspraken, houd deze actueel en vertrouw er niet op dat een rechter het contract achteraf wel “redelijker” zal maken.
Twijfelt u of de opzegtermijn in uw contract nog passend is? Of bent u geconfronteerd met een opzegging die grote gevolgen heeft? Wij denken graag met u mee.