Nieuwsbrief voor overheden
De gemeente Winsum heeft zes bedrijven uitgenodigd om in te schrijven op de meervoudig onderhandse aanbesteding van baggerwerkzaamheden. Op de aanbestedingsprocedure is het Aanbestedingsreglement Werken 2012 (ARW 2012) van toepassing. Het toepasselijke gunningscriterium is de laagste prijs.
Partij A schrijft in met de laagste prijs. Het verschil tussen de voorafgaande raming van de gemeente en de aanbieding is aanzienlijk. Indien een inschrijving is gedaan die in verhouding tot de te verrichten opdracht abnormaal laag lijkt, moet de aanbestedende dienst op grond van het ARW 2012 om verduidelijking vragen alvorens eventueel tot afwijzing van de inschrijving over te kunnen gaan. Deze regeling biedt de aanbestedende dienst bescherming indien hij gegronde redenen heeft te vrezen dat de inschrijver een fout heeft gemaakt of een dumpprijs heeft geboden om ‘tegen elke prijs’ de opdracht te krijgen.
De gemeente heeft naar aanleiding van de inderdaad gevraagde verduidelijking van partij A, geconcludeerd dat de lage inschrijfprijs het gevolg is van een rekenfout en dat de door A gekozen werkwijze niet uitvoerbaar is. De gemeente is bang voor discussie tijdens het werk en claims achteraf. De inschrijving van A wordt daarom afgewezen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat indien de gemeente de door A verkozen werkwijze had willen verbieden, de gemeente dat eenduidig in het bestek had moeten opnemen. Een duidelijk en compleet bestek - waarvan het opstellen de verantwoordelijkheid is van de aanbesteder - geeft geen ruimte voor problemen achteraf.
Voor wat betreft de vraag of het een abnormaal lage inschrijving betreft overweegt de voorzieningenrechter allereerst dat de aanbestedende dienst in beginsel een rechtmatig belang heeft bij het ecarteren van een abnormaal lage inschrijving indien het risico bestaat dat de inschrijver in de uitvoeringsfase pogingen zal ondernemen om zijn al dan niet ingecalculeerde verlies goed te maken door te beknibbelen op de uitvoering van de opdracht, of zelfs dat hij insolvabel raakt ten gevolge van opkomende verliezen. Wanneer als gunningscriterium ‘de laagste prijs’ geldt, is echter het uitgangspunt dat de aanbestedende dienst een zeer beperkte beoordelingsvrijheid heeft, aldus de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter overweegt daarbij in r.o. 4.4.4 dat:
“Gekeken moet worden naar de opdracht als geheel, mede in het licht van de solvabiliteit van de aannemer. De vraag is daarmee of door de aanbestedende dienst aannemelijk wordt gemaakt dat het werk waarschijnlijk niet afdoende zal kunnen worden voltooid, gelet op de in totaal geoffreerde aanneemsom enerzijds, de financiële armslag van de aannemer anderzijds.”
De voorzieningenrechter komt in het geval van de gemeente tot de conclusie dat:
“De gemeente heeft haar twijfels omtrent de berekening van A niet nader onderbouwd met ‘harde’ gegevens uit andere bron. De voorzieningenrechter kan echter bezwaarlijk ‘afgaan op de blauwe ogen van de gemeente’ en haar stellingen eenvoudigweg overnemen. Dat geldt des te sterker nu A op plausibele wijze heeft toegelicht dat en waarom haar werkwijze kostenbesparend uitwerkt.”
Kortom: Hoewel het leerstuk van de abnormaal lage inschrijving de aanbestedende dienst bescherming biedt, zal de aanbestedende dienst in concreto wel aannemelijk moeten maken dat de desbetreffende inschrijver zijn verplichtingen niet zal nakomen. Dat dient bij voorkeur te gebeuren op basis van harde gegevens uit andere bron dan de aanbestedende dienst zelf. Het standpunt objectief laten onderbouwen door een deskundigenrapport blijkt ook hier geen overbodige luxe.
Vzr. rb. Noord-Nederland 10 oktober 2014, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBNNE:2014:4951
Door mr. J.J. Jacobse en mr. I. van der Hoeven
"