Nieuwsbrief voor overheden

Een cactuskwekerij koopt sinds jaar en dag potgrond bij een bepaalde leverancier. De bestelling van de potgrond werd telefonisch gedaan. De kweker tekende vervolgens bij levering een afleverbon voor ontvangst. Op de afleverbon is een exoneratieclausule opgenomen en worden de algemene verkoopvoorwaarden van toepassing verklaard.

De kwekerij laat één van de facturen onbetaald, omdat hij van mening is dat een kwalitatief verkeerde potgrond is geleverd. Tijdens de procedure doet de leverancier een beroep op de algemene voorwaarden en de daarin opgenomen exoneratieclausule.

Het hof ’s-Gravenhage oordeelde dat de exoneratie tussen partijen niet was overeengekomen door de enkele omstandigheid dat partijen al langer zaken met elkaar deden en de exoneratie telkens stond vermeld op de afleverbonnen. Dit te meer omdat de handtekening op de afleverbon slechts is geplaatst ‘voor ontvangst’. Evenmin is gebleken dat partijen al voor de eerste levering hebben gesproken over de exoneratie.

De Hoge Raad volgt het hof hierin niet. De Hoge Raad wijst erop dat voor de beantwoording van de vraag of partijen de toepasselijkheid van de exoneratieclausule zijn overeengekomen de gewone regels gelden voor de totstandkoming van een overeenkomst. Of de exoneratie van toepassing is, moet dus worden beantwoord aan de hand van de wilsvertrouwensleer (artikel 3:33 en 3:35 BW). Dat betekent dat als de kweker het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt (artikel 3:35 BW) akkoord te gaan met de exoneratie, de exoneratie ook is overeengekomen. Of dat vertrouwen is gewekt hangt af van alle omstandigheden van het geval: een langlopende zakenrelatie, het niet protesteren door de kweker tegen de vermelding van de algemene voorwaarden, etc.

Kortom: de omstandigheden dat sprake is van professionele partijen, die al langer met elkaar zaken doen, en de afnemer niet protesteert tegen het exoneratiebeding, maken dat het vertrouwen is gewekt bij de leverancier dat het beding (ook bij opvolgende leveringen) is geaccepteerd.

HR 9 oktober 2015, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:HR:2015:3013

Door mw. mr. I. van der Hoeven

"

Actualiteiten overzicht