Nieuwsbrief voor overheden

Op grond van artikel 8:4, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan tegen een besluit, inhoudende de weigering tot benoeming of aanstelling, uitsluitend beroep worden ingesteld door een ambtenaar als zodanig. De Centrale Raad is onlangs ingegaan op de vraag wat in dit verband onder ‘ambtenaar als zodanig’ moet worden verstaan.

Een betrokkene was bij de gemeenschappelijke regeling GGD Gooi en Vechtstreek werkzaam op basis van een detacheringsovereenkomst. Kennelijk was de uitlenende instantie een werkgever naar burgerlijk recht, want de detachering werd niet gelijkgesteld met een aanstelling in tijdelijke dienst. Tussen betrokkene en haar direct leidinggevende is gesproken over verlenging van de arbeidsrelatie, welke gesprekken conflictueus zijn verlopen. Volgens betrokkene is haar een ambtelijke aanstelling bij de GGD aangeboden welke haar vervolgens schriftelijk wordt geweigerd. Daartegen volgen bezwaar, beroep en hoger beroep.

De Centrale Raad stelt voorop dat voor de hoedanigheid van ‘ambtenaar als zodanig’ in het algemeen wordt vereist dat de ambtenaar in een ambtelijke rechtsverhouding werkzaam is bij het desbetreffende bestuursorgaan. Alleen in zeer bijzondere omstandigheden heeft de Centrale Raad incidenteel een uitzondering aanwezig geacht op dit algemene uitgangspunt. Van zodanige omstandigheden zou sprake kunnen zijn indien bij de – ook externe – sollicitant gerechtvaardigde verwachtingen zijn gewekt tot benoeming in de geambieerde functie. Bij deze betrokkene was van dergelijke gerechtvaardigde verwachtingen geen sprake. Voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel is in ieder geval vereist dat van de kant van het tot beslissen bevoegde orgaan uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezeggingen zijn gedaan, die bij de betrokkene gerechtvaardigde verwachtingen hebben gewekt. Dergelijke toezeggingen zijn niet gebleken, nog daar gelaten dat de gesprekspartners van betrokkene ook niet bevoegd waren een toezegging tot aanstelling te doen. Een aanstelling van betrokkene is dus niet tot stand gekomen.

CRvB 13 juli 2017, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:CRVB:2017:2391

Door Bas de Moor

"

Actualiteiten overzicht