Nieuwsbrief voor overheden
Als bij overdracht van onroerend goed een vorderingsrecht wordt overgedragen gaat ook de rechtsvordering tot bescherming daarvan over.
In 2004 gaf de gemeente een aannemer opdracht om op basis van een aannemingsovereenkomst een multifunctioneel centrum te bouwen. In die overeenkomst was een arbitraal beding opgenomen dat in geval van geschillen de Raad van Arbitrage bevoegd verklaart. Ongeveer een half jaar voor de oplevering verkoopt en levert de gemeente het centrum aan een stichting. In het koopcontract wordt onder verwijzing naar artikel 6:251 Burgerlijk Wetboek (BW) opgenomen dat alle aanspraken van de gemeente ten aanzien van het centrum op de stichting overgaan. Ongeveer een maand voor de oplevering start de stichting een arbitrageprocedure tegen de aannemer bij de Raad voor Arbitrage. De aannemer stelt zich vervolgens in een incidentele memorie op het standpunt dat een arbitraal beding een partijafspraak is en geen kwalitatief recht als bedoeld in artikel 6:251 BW: het arbitraal beding is daarom niet overgegaan van de gemeente op de stichting en dus dient er bij de burgerlijke rechter geprocedeerd te worden. De Raad van Arbitrage oordeelt echter anders, te weten dat met het vorderingsrecht (in dit geval nakoming in de vorm van herstel van gebreken door de aannemer) ook de rechtsvordering tot bescherming daarvan overgaat, zodat in dit geval ook het in de aannemingsovereenkomst opgenomen arbitraal beding op de stichting is overgegaan.
RvA 28 augustus 2017, www.raadvanarbitrage.nl: 35.846
Door Anouk Broekman-de Feijter
"