Nieuwsbrief voor overheden
Een bestuursorgaan kan een bericht dat tot een of meer geadresseerden is gericht, elektronisch verzenden voor zover de geadresseerde kenbaar heeft gemaakt dat hij langs deze weg voldoende bereikbaar is, door bijvoorbeeld een bestendige e-mailpraktijk. In dat geval vangt de bezwaartermijn aan met ingang van de dag na die waarop het besluit elektronisch verzonden is.
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een per e-mail verstuurd besluit van 11 augustus 2015 van het bestuur van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBG). Bij dit besluit is een Wob-verzoek van appellant deels ingewilligd. De voorzieningenrechter heeft zich ambtshalve gebogen over de vraag of het hiertegen gerichte bezwaarschrift van appellant tijdig is ingediend. De voorzieningenrechter vindt van niet, omdat de bezwaartermijn moet worden geacht te zijn ingegaan bij de digitale verzending, dus niet pas bij de verzending per post. Doende hetgeen het bestuur had behoren te doen verklaart de voorzieningenrechter het bezwaarschrift niet-ontvankelijk en stelt in dat kader vast dat het bezwaarschrift is gedagtekend op 23 september 2015, te weten één dag na het verstrijken van de wettelijke bezwaartermijn van zes weken, en het bovendien pas op 28 september 2015 bij het bestuur is ontvangen.
Tegen deze uitspraak heeft appellant hoger beroep ingesteld. Appellant betwist dat het besluit van 11 augustus 2015 op die datum op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. Hij voert aan dat hij dit besluit pas een week na die datum heeft ontvangen per post. Volgens appellant is de termijn waarbinnen bezwaar kon worden gemaakt dan ook een week later dan de datum van het besluit aangevangen, zodat zijn bezwaarschrift wel degelijk tijdig is ingediend. Daaraan heeft hij toegevoegd dat, hoewel hem een besluit gewoonlijk zowel per e-mailbericht als per post wordt toegezonden, in dit geval slechts verzending per post heeft plaatsgevonden.
Het bestuur heeft overgelegd een e-mailbericht, gedateerd op 11 augustus 2015, met als onderwerp: “beslissing op wob-verzoek (zienswijzen)” en inhoudende dat het bij e-mailbericht gevoegde besluit appellant tevens per gewone post zal worden toegezonden. In het e-mailbericht is vermeld dat het op 11 augustus 2015 om 16:51 door KBG is verzonden aan het door appellant bij eerdere contacten met het bestuur gebruikte e-mailadres. De Afdeling acht daarmee aannemelijk gemaakt dat aan bekendmaking als bedoeld in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is voldaan.
Ingevolge artikel 2:14, eerste lid, van de Awb kan een bestuursorgaan een bericht dat tot een of meer geadresseerden is gericht, elektronisch verzenden voor zover de geadresseerde kenbaar heeft gemaakt dat hij langs deze weg voldoende bereikbaar is.
De Afdeling is van oordeel dat het bestuur zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat appellant kenbaar heeft gemaakt langs elektronische weg bereikbaar te zijn. Daarvoor is van belang dat appellant het Wob-verzoek via e-mail heeft ingediend en dat het bestuur de ontvangst daarvan per e-mail heeft bevestigd. Uit het dossier volgt dat ook alle overige communicatie met betrekking tot het Wob-verzoek heeft plaatsgevonden langs elektronische weg. Bovendien heeft appellant in zijn hoger beroepschrift bevestigd dat hem gewoonlijk een besluit zowel per e-mail als per post wordt verzonden. De Afdeling verbindt hieraan de conclusie dat dit betekent dat tussen het bestuur en appellant een bestendige e-mailpraktijk bestaat die maakt dat appellant langs elektronische weg bereikbaar was. De Afdeling wijst in dit kader op haar eerdere uitspraken van 17 februari 2010 (ECLI:NL:RVS:2010:BL4121) en van 29 april 2008 (ECLI:NL:RVS:2008:BD0772).
De Afdeling is van oordeel dat sprake is van een onverschoonbare termijnoverschrijding.
In dit verband wijs ik op de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer die naar verwachting in 2018 in werking zal treden. Met deze wet wordt het onderdeel van de Awb dat betrekking heeft op het elektronisch bestuurlijk verkeer gewijzigd en wordt geregeld dat burgers en bedrijven het recht krijgen om elektronisch zaken te doen met de overheid. Het uitgangspunt is: digitaal waar het kan, persoonlijk waar het moet. Dit wetsvoorstel betekent voor de zojuist besproken casus dat een burger die zich met een e-mail tot een bestuursorgaan wendt, daarmee voldoende kenbaar heeft gemaakt dat hij op deze wijze bereikbaar is en het bestuursorgaan op deze e-mail mag antwoorden. Wel zal door het bestuursorgaan gecontroleerd moeten worden of een in het verleden gebruikt e-mailadres nog actueel is.
ABRvS 11 oktober 2017, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2017:2744
Door Najima Khan
"