Nieuwsbrief voor overheden

Het hof ’s-Hertogenbosch heeft recent in een spoedappel moeten oordelen over de vraag of de ervaring van een onderaannemer mocht meewegen voor de aannemer die stelde daarmee voldoende ervaring te hebben.

Uiteraard dient voor de beantwoording van de vraag bezien te worden wat er in de aanbestedingsdocumenten staat. Die uitleg dient te geschieden via de zogenoemde ‘CAO-norm’: “Voor de uitleg van de aanbestedingsdocumenten zijn, in beginsel, de bewoordingen van de bepalingen, gelezen in het licht van de complete tekst van die documenten, van doorslaggevende betekenis. Het komt daarbij aan op de betekenis die - naar objectieve maatstaven - volgt uit de bewoordingen welke in die documenten zijn gehanteerd.” Daarbij is het uitgangspunt de “behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver.”

Het ging om de navolgende bepaling:

“Gegadigde dient aan de hand van maximaal negen referenties aan te tonen dat hij ervaring heeft met het uitvoeren van opdrachten van vergelijkbare inhoud en omvang. (…) “Inschrijving met onderaannemers Indien Gegadigde gebruikt maakt van een onderaannemer kan de ervaring van de onderaannemer gebruikt worden als referentie. Wanneer de Gegadigde hiervan gebruik maakt wordt deze onderaannemer bindend ingeschreven op het onderdeel waar de ervaring van de onderaannemer gebruikt wordt voor deze referentie. (…)”.

 

Betreffende aannemer meende dat hij wel voldeed en dat de ervaring van de door hem in te schakelen onderaannemers wel zou moeten worden meegewogen terwijl hij die bij de inschrijving niet had genoemd. Dat betoog faalt uiteraard.

“Niet verdedigbaar is de uitleg dat een behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver uit de omschrijving van de opdracht, de geschiktheidseisen en de referentie-eisen naar objectieve maatstaven zou hebben kunnen afleiden dat slechts gevraagd werd naar ervaring met (en referenties betrekking hebbende op) het managen en coördineren (…)  met als gevolg dat het geheel en al aan de inschrijver zou worden overgelaten welke onderaannemers hij voor de feitelijke uitvoering van dat beheer en onderhoud zou inschakelen, zonder dat hij die onderaannemers (met hùn ervaring) bij gelegenheid van de inschrijving naar voren zou hoeven te brengen op een wijze dat de aanbesteder zelf de ervaring en kwalificaties van de onderaannemer zou kunnen toetsen.”

Hof ‘s-Hertogenbosch 1 april 2014, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHSHE:2014:939

Door mr. J.J. Jacobse

"

Actualiteiten overzicht