Nieuwsbrief voor overheden
De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) kan geen hogere beschikbaarheidbijdrage toekennen dan de bijdrage die zij op grond van het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG kan toekennen.
Inleiding
Alle inwoners van Nederland moeten kunnen rekenen op acute zorg als zij dat nodig hebben. Dat betekent dat een aantal ziekenhuizen naast de betaling voor behandelingen door zorgverzekeraars ook een beschikbaarheidbijdrage krijgt van het Rijk om zijn afdelingen spoedeisende hulp (SEH) en acute verloskunde (AV) open te kunnen houden. Een ziekenhuis kan in aanmerking komen voor een beschikbaarheidbijdrage als de afdeling SEH en/of afdeling AV gevoelig zijn voor de 45-minutennorm volgens de meest relevante analyse van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).
Het RIVM analyseert in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) periodiek het aanbod en de bereikbaarheid van de spoedeisende zorg in Nederland (‘Gevoelige ziekenhuizen analyse’). In deze bereikbaarheidsanalyse wordt modelmatig berekend welke ziekenhuislocaties met een afdeling SEH of AV ‘gevoelig’ zijn voor de 45-minutennorm. Met ‘gevoelig’ wordt bedoeld dat sluiting van de afdeling SEH of AV tot gevolg heeft dat meer mensen, volgens de modelberekeningen, niet meer binnen de norm naar de SEH of AV vervoerd kunnen worden, in vergelijking met de situatie wanneer deze afdeling SEH of AV open is. Om die reden mogen deze afdelingen niet sluiten. De norm van 45 minuten is vastgelegd in de beleidsregels bij de Wet toelating zorginstellingen (Wtzi).
De beschikbaarheidbijdragen voor SEH en AV bestaan uit salariskosten voor de inzet van medisch personeel, alsmede een vergoeding voor materiële kosten en kapitaallasten.
In deze zaak heeft de NZa aan Noordwest Ziekenhuisgroep, actief in het noordwesten van Nederland, voor de jaren 2017 en 2018 beschikbaarheidbijdragen voor de ziekenhuislocatie in Den Helder verleend. Noordwest Ziekenhuisgroep stelt dat deze beschikbaarheidbijdragen te laag zijn.
Procedure
De toegezegde beschikbaarheidbijdragen waren circa 2,5 miljoen euro per jaar. Noordwest Ziekenhuisgroep wil een bijdrage van iets meer dan 7 miljoen euro per jaar.
Dit verschil wordt veroorzaakt doordat de beschikbaarheidbijdrage zich beperkt tot de hierboven genoemde kosten, terwijl de Noordwest Ziekenhuisgroep wil dat het volledige exploitatietekort van het ziekenhuis wordt gedekt. Zijn redenering is dat, nu het verplicht is de ziekenhuislocatie in Den Helder open te houden, het ook redelijk is dat het volledige exploitatietekort van deze ziekenhuislocatie wordt gedekt door middel van de beschikbaarheidbijdrage.
Beoordeling
Anders dan Noordwest Ziekenhuisgroep aanneemt, is de beperking van de beschikbaarheidbijdrage tot de kosten van SEH- en AV-personeel plus materieel en kapitaallasten niet gebaseerd op de beleidsregels van de NZa, maar op het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG.
Het College oordeelt dat de minister bij het vaststellen van de beschikbaarheidbijdrage gebonden is aan de regels van dit Besluit. Dat betekent dat de minister geen hogere beschikbaarheidbijdrage mag toekennen. Ook niet onder de omstandigheden zoals die zich voordoen in Den Helder.
Het College ziet geen aanleiding het Besluit aan een exceptieve toets te onderwerpen, omdat de kwestie van de financiering van een zodanige ziekenhuislocatie die niet gesloten mag worden, in een te ver verwijderd verband staat met het doel en de reikwijdte van de beschikbaarheidbijdrage zoals neergelegd in artikel 56a van de WMG. De beschikbaarheidbijdragen voor SEH en AV zijn beperkt tot de kosten van het beschikbaar moeten hebben van voldoende bemensde afdelingen SEH en AV, vermeerderd met de rechtstreeks daaraan toe te rekenen materiële en ‘gebouwelijke’ kosten. De kosten van de poortwachtspecialismen, waarvan de aanwezigheid op de desbetreffende ziekenhuislocatie noodzakelijk is om de afdelingen SEH en AV goed te laten functioneren, worden uit de tarieven bekostigd. Wanneer de tarieven, zoals Noordwest Ziekenhuisgroep aanvoert, daarvoor onvoldoende dekking bieden is een door hem voorgestane verhoging van de beschikbaarheidbijdrage SEH/AV naar het oordeel van het College niet de aangewezen weg om in dat probleem te voorzien.
CBb 26 mei 2020,www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:CBB:2020:356
Door Rosalin Storm
"