Nieuwsbrief voor overheden

Onjuist en/of onvolledige inlichtingen gemeente. Onrechtmatige daad. Schadevergoeding.

 

De burgemeester van Breda sluit een coffeeshop. De exploitant brengt daarop de wens naar voren om zijn coffeeshop op een andere locatie voort te zetten. Daarop geeft de gemeente aan dat een verzoek om een nieuwe coffeeshop voldoende concreet moet zijn. Er dient concreet zicht te zijn op een beschikbaar pand en de coffeeshop mag geen strijd opleveren met het bestemmingsplan. De gemeente is bereid om een nieuwe locatie vooraf te beoordelen. Na enige tijd noemt de exploitant twee volgens hem geschikte locaties. De eigenaar van een bepaald horecapand verklaart accoord te gaan met de overdracht van de horecabestemming naar de beoogde locatie: daardoor was het vestigen van een coffeeshop niet meer in strijd met het bestemmingsplan Binnenstad. Er was ook concreet zicht op het verkrijgen van de locatie.

De burgemeester schrijft betrokkene vervolgens dat, hij op basis van een voorlopige toets constateert dat één van deze adressen voldoet aan alle eisen van situering als genoemd in de Nota ‘Coffeeshopbeleid Breda 2005’. Vervolgens wordt aan de vestiging op deze locatie gewerkt. Daarop dient de eigenaar een aanvraag in ‘gedoogverklaring coffeeshop’.

Deze aanvraag wordt echter afgewezen, want de burgemeester constateert dat zich binnen 250 meter van de locatie een MBO-opleiding bevindt. Bovendien gaat de exploitatie van de beoogde coffeeshop leiden tot een zodanige concentratie van coffeeshops, dat het woon- en leefklimaat onaanvaardbaar wordt belast. Immers, in het beleid staat dat indien er drie of meer coffeeshops zich bevinden binnen een straal van 300 meter, de concentratie te groot is. Tegen deze beslissing maakt de betrokkene bezwaar, maar dat wordt niet ontvankelijk verklaard omdat de schriftelijke weigering om te gedogen niet is aan te merken als een besluit.

De eigenaar stelt daarop de gemeente aansprakelijk. Hij vordert veroordeling van de gemeente tot een bedrag van circa € 90.000,-. De rechtbank heeft echter de vordering afgewezen. Volgens de rechtbank had de gemeente niet onrechtmatig gehandeld door de aanvraag af te wijzen. Tegen dat oordeel gaat de eigenaar niet in hoger beroep.

De rechtbank had verder geoordeeld dat betrokkene aan de brief aangaande de voorlopige toetsing niet het gerechtvaardigde vertrouwen kon ontlenen dat, aan hem zonder meer een gedoogverklaring verstrekt zou worden. Ook dit betoog slaagde bij de rechtbank niet, maar in hoger beroep wordt daaraan toegevoegd dat de burgemeester onrechtmatig heeft gehandeld door hem in deze brief onvolledige, danwel onjuiste inlichtingen te verstrekken. Daar is het hof mee eens: om te beginnen kan worden vastgesteld dat gelet op de aard van het verzoek en hetgeen de gemeente daaromtrent had moeten begrijpen, betrokkene op het verkeerde been is gezet. Hij mocht er op vertrouwen dat hem juiste en volledige inlichtingen werden gegeven. Immers, de burgemeester had hem geïnformeerd dat er binnen een straal van 250 meter geen school was gelegen, maar dat klopte niet. Bovendien had de burgemeester betrokkene verkeerd geïnformeerd dat binnen een straal van 300 meter zich slechts één andere coffeeshop bevond. Ook dat was onvolledig omdat er zich binnen deze straal nog een tweetal andere coffeeshops bevond.

De gemeente heeft weliswaar benadrukt dat de burgemeester in deze brief verschillende malen spreekt over een voorlopige toetsing en dat bij een definitieve beslissing de uitslag anders kan zijn, maar dat laat onverlet dat geoordeeld moet worden dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld door het geven van onjuiste inlichtingen. Op zichzelf is het wel waar, aldus het hof, dat er verschil moet worden gemaakt tussen een voorlopig oordeel en een definitief besluit, maar dat betekent nog niet dat verkeerde inlichtingen mogen worden verschaft. Verder is relevant dat de gemeente betrokkene er in verband met de sluiting van zijn eerste coffeeshop op had gewezen dat, zij bereid was om een nieuwe concrete locatie vooraf te laten beoordelen. Dit, indien er concreet zicht was op een beschikbaar pand. Om het verzoek concreet te maken, had betrokkene een intentieverklaring verkregen van de eigenaar van het pand en ook had hij een verklaring gekregen over de overdracht van de horecabestemming die vereist was. Op basis van de gunstige voorlopige toetsing had betrokkene bijvoorbeeld een huurovereenkomst gesloten met een duur van vijf jaar. Hij had er dus daadwerkelijk op vertrouwd dat de burgemeester hem juist en volledig had geïnformeerd. Daarbij betrekt het hof dat het hier gaat om een concrete, tot een individu gerichte informatie. De gemeente wist ook wat het doel was waarmee de informatie werd ingewonnen en de financiële belangen die voor betrokkene op het spel stonden. Hij hoefde er geen rekening mee te houden dat de beoordeling uiteindelijk anders zou uitvallen.

Door de gemeente moeten de verbouwingskosten van het gehuurde pand worden vergoed. Dit pand was weliswaar voor vijf jaar gehuurd, maar betrokkene kon toch na twee jaar van de huur afkomen. Daarom wordt uiteindelijk een schadevergoeding toegekend tot een bedrag van circa € 30.000,-.

Hof Den Bosch 7 april 2020, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHSHE:2020:1213

Door Rikkert Hoekstra

"

Actualiteiten overzicht