Nieuwsbrief voor overheden
De burgemeester van Rotterdam besloot op 7 december 2012 onder aanzegging van bestuursdwang een woning voor een half jaar te sluiten. Dat deed hij omdat er in de woning 84,4 gram hasjiesj, een drugspers en munitie zijn aangetroffen. Zoals volgt uit eerdere uitspraken van de Afdeling, waaronder die van 11 december 2013, is voor het ontstaan van de bevoegdheid om op grond van artikel 13b, eerste lid Opiumwet bestuursdwang toe te passen niet vereist dat daadwerkelijk drugs zijn verhandeld, maar volgt uit het woord “daartoe” in het artikellid dat de enkele aanwezigheid van een handelshoeveelheid drugs de bevoegdheid verschaft tot sluiting van woning. De Afdeling acht de burgemeester in dit geval dan ook bevoegd, maar volgt de rechtbank in de overweging dat een waarschuwing of een soortgelijke maatregel aan sluiting vooraf had moeten gaan. Dit tenzij er sprake was van een ernstig geval, waarvan de Afdeling met de rechtbank overweegt dat dat hier niet aan de orde is. Verwezen wordt door de burgemeester naar een recente uitspraak van 30 juli 2014, waarin de Afdeling oordeelt dat de burgemeester van Maastricht in redelijkheid het beleid kon voeren dat hij een woning in beginsel sluit wanneer meer dan een gebruikershoeveelheid softdrugs wordt aangetroffen. Deze uitspraak moet volgens de Afdeling in het licht van de specifieke situatie in Maastricht worden bezien, die zich kenmerkt door grensproblematiek en het zogenoemde ingezetenencriterium. Dat noopt tot adequaat optreden tegen illegaal aanbod. In Rotterdam ligt dat anders. De Afdeling overweegt in de Rotterdamse zaak dat de burgemeester onvoldoende alle feiten, omstandigheden en indicatoren in kaart gebracht heeft en zich niet in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat niet kon worden volstaan met een waarschuwing of een andere, minder ingrijpende, maatregel. Er werd volgens de Afdeling onder andere onvoldoende waarde gehecht aan het feit dat het hier een sociaal kwetsbaar persoon betrof en aan het uit artikel 8 EVRM voortvloeiende recht op eerbiediging van de woning. De rechtspraak over artikel 13b Opiumwet is tot op heden niet eenduidig en de onderhavige uitspraak brengt geen duidelijkheid.
ABRvS, 5 november 2014, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2014:3941
Door mr. drs. A. Schreijenberg
"