Nieuwsbrief voor overheden

De Financiële Dienstverlener (DFH) B.V. verleent diensten op het gebied van onder meer bewindvoering, budgetbeheer, curatele en mentorschap. De gemeente Deventer biedt aan haar inwoners eveneens beschermingsbewind aan via haar afdeling Budget Adviesbureau Deventer (BAD). DFH en BAD ontplooien dus dezelfde (economische) activiteit.

 

De gemeenteraad beslist in november 2016 om bewindvoering door het BAD als gratis voorziening aan te bieden met het doel onder meer om de uitgaven voor de bijzondere bijstand te verlagen; opdrachten aan dienstverleners als DFH worden niet meer verstrekt. Gerechtigde tot bijzondere bijstand kunnen immers gebruik maken van bewindvoering bij het BAD, een voorliggende voorziening. De markt voor deze economische activiteit wordt dus door de gemeente afgeschermd ten behoeve van BAD.

Naar aanleiding van een handhavingsverzoek van DFH heeft de Autoriteit Consument en Markt (ACM) in november 2017 beslist dat de gemeente/BAD artikel 25i Mededingingswet (Mw) heeft overtreden, doordat niet de integrale kosten van deze dienst werden doorberekend en in rekening gebracht bij de cliënten/bijzonder bijstandsgerechtigden. De ACM overweegt:
“Wil de gemeente in overeenstemming handelen met artikel 25i Mw dan zal zij naast het doorberekenen van de integrale kosten in haar tarieven voor beschermingsbewind diezelfde vergoeding van de kosten van beschermingsbewind moeten openstellen voor alle cliënten met een laag inkomen, ongeacht of deze cliënten beschermingsbewind afnemen bij de gemeente of bij een private partij.”  De markt moet dus ook voor DFH worden opengesteld. Tegen dit besluit van de ACM is geen bezwaar gemaakt, zodat dit is komen vast te staan.

De gemeente heeft naar aanleiding daarvan de beslissing om de kosten voor particuliere bewindvoerders niet langer te vergoeden, teruggedraaid. De gemeente heeft bij de ACM aangegeven dat zij nieuw beleid gaat voorbereiden om de uitgaven voor bijzondere bijstand te beperken.

DFH vordert dat de rechtbank Overijssel de gemeente zal veroordelen tot vergoeding van schade vanwege onrechtmatig handelen.

Als verweer wees de gemeente onder meer op een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland (ECLI:NL:RBNNE:2019:279). De rechtbank Overijssel stelt vast dat de bestuursrechter in de Groningse kwestie oordeelde dat, op grond van artikel 15 Participatiewet (Pw) aan de betreffende onder bewind gestelde geen bijzondere bijstand behoefde te worden toegekend voor de kosten van bewindvoering van een particuliere bewindvoerdersgroep, omdat er een voorliggende voorziening bestond, namelijk kosteloze bewindvoering door de gemeente Groningen. Dat oordeel laat echter onverlet, aldus de rechtbank Overijssel, dat de gemeente/BAD zich bij het ontplooien van de economische activiteit ‘dienstverlening ten behoeve van bewindvoering’ heeft te houden aan de Mw. Dat betekent dat de gemeente verplicht is om de integrale kosten voor dienstverlening bij cliënten in rekening te brengen. Dat heeft zij niet gedaan en daarom heeft zij bij het aanbieden en verzorgen van beschermingsbewind de Mw. Die wet beschermt het belang van ondernemers als DFH. Het beleid – en de bekendmaking daarvan – om bijzondere bijstand te staken voor onderbewindgestelden die gebruik wilden maken van particuliere bewindvoering door bijvoorbeeld DFH, was onrechtmatig. De gemeente dient zich te onthouden van (communicatie over voorgenomen) oneerlijke concurrentie bij het bedrijfsleven.

Deze uitspraak leert dat, het misschien wel zo kan zijn dat gerechtigden bijzondere bijstand mag worden onthouden doordat zij gebruik kunnen maken van gratis gemeentelijk beschermingsbewind als voorliggende voorziening, maar dat dit niet wegneemt dat het aanbieden van beschermingsbewind door een gemeente een economische activiteit is. Bij dergelijke dienstverlening moeten de integrale kosten in rekening worden gebracht. Een gemeente kan een bijstandsgerechtigde ook niet verplichten om van deze gemeentelijke dienstverlening gebruik te maken. Men is vrij om het budget te besteden bij de gemeente/BAD, dan wel gebruik te maken van een private aanbieder als DFH.

Rb Overijssel 1 juli 2020, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBOVE:2020:2288

Door Rikkert Hoekstra

"

Actualiteiten overzicht