Nieuwsbrief voor overheden

Een dwangsom moet voldoende prikkelende werking hebben om de last uit te voeren zonder dat een dwangsom wordt verbeurd. Draagkracht speelt daarbij geen rol. Wordt een last niet uitgevoerd, dan mag de dwangsom bij een volgende last worden verdubbeld. En het ontbreken van opzet bij de overtreding kan ertoe leiden dat de dwangsom op een lager bedrag moet worden vastgesteld. 

De Afdeling heeft op 6, 20 en 27 februari jl. drie interessante uitspraken gedaan over de hoogte van de dwangsom.

Artikel 5:32 lid 3 Awb bepaalt over de hoogte van de dwangsom:

“De bedragen staan in redelijke verhouding tot de zwaarte van het geschonden belang en tot de beoogde werking van de dwangsom.”

Eerder heeft de Afdeling overwogen dat een dwangsom de beoogde werking heeft als van de dwangsom een zodanige prikkel uitgaat dat de last wordt uitgevoerd zonder dat een dwangsom wordt verbeurd. Welke omstandigheden mogen daarbij een rol spelen?

Draagkracht - ABRvS 6 februari 2019

Draagkracht speelt geen rol bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom. De Afdeling oordeelde in deze uitspraak dat van een dwangsom die naar draagkracht wordt vastgesteld geen zodanige prikkel zal uitgaan dat de opgelegde last wordt uitgevoerd zonder dat een dwangsom wordt verbeurd.

Die redenering is te volgen als je het betoog van de appellant zo uitlegt dat de dwangsom wel goed betaalbaar moet blijven. In zijn algemeenheid lijkt het echter niet onlogisch om te veronderstellen dat van een dwangsom van bijvoorbeeld € 5.000.-- per overtreding voor een miljonair of een multinational een minder prikkelende werking uitgaat dan voor iemand met een modaal inkomen of een kleine eenmanszaak.

Opzet - ABRvS 20 februari 2019

Verwijtbaarheid speelt normaal gesproken geen rol bij het opleggen van een herstelsanctie en dus ook niet bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom. Onder omstandigheden kan dat echter anders zijn, zo leert de uitspraak van 20 februari jl.

Een schip werd van Duitsland naar Nederland overgebracht om daar te worden gesloopt in een inrichting. In de kennisgeving overbrenging was vermeld dat het slopen van het schip in de inrichting was toegestaan op grond van de omgevingsvergunning. Achteraf bleek dit niet het geval te zijn.

Dat leverde een overtreding van de Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen (EVOA) op. Het bevoegd gezag legde voor die overtreding een last onder dwangsom op. De maximale hoogte van de dwangsom werd bepaald op 1.5 miljoen euro. De appellant beklaagde zich over de hoogte van dit bedrag.

De Afdeling overwoog dat niet duidelijk was hoe het bevoegd gezag tot het maximum was gekomen. Verder overwoog zij dat de overtreder oprecht in de veronderstelling verkeerde dat het slopen van het schip in de inrichting op grond van de omgevingsvergunning was toegestaan, zodat van opzet geen sprake was. Op grond hiervan oordeelde de Afdeling dat het maximumbedrag moest worden gehalveerd.

Niet naleven last - ABRvS 27 februari 2019

In de laatste zaak was een last onder dwangsom opgelegd, waarbij de dwangsom op een bedrag van € 25.000,-- ineens was bepaald. De last werd niet uitgevoerd. Daarop besloot het bestuursorgaan om een nieuwe last onder dwangsom op te leggen en de dwangsom te verdubbelen. De Afdeling oordeelde dat het bestuursorgaan had mogen aannemen dat van de dwangsom een onvoldoende prikkel was uitgegaan en daarom bij het opleggen van de nieuwe last de dwangsom mocht worden verdubbeld.

De overtreder had overigens betoogd dat de dwangsom niet alleen disproportioneel was vanwege de hoogte, maar ook vanwege de modaliteit. De dwangsom was bepaald op een bedrag van € 50.000.-- ineens. Opmerkelijk is dat de Afdeling dit betoog passeert en daarbij van belang acht dat het bestuursorgaan ter zitting heeft verklaard dat als de overtreder vóór het einde van de begunstigingstermijn deels aan de last had voldaan het gedeeltelijk van invordering zou hebben afgezien.

ABRvS 6 februari 2019, www.rechtspraak.nl; ECLI:NL:RVS:2019:321

ABRvS 20 februari 2019, www.rechtspraak.nl; ECLI:NL:RVS:2019:533

ABRvS 27 februari 2019, www.rechtspraak.nl; ECLI:NL:RVS:2019:623

Door Jaap IJdema

"

Actualiteiten overzicht