Nieuwsbrief voor overheden

Het college van burgemeester en wethouders van Putten legt een last onder dwangsom op voor de verwijdering van een illegaal gebouwd, als woning gebruikt chalet. De eigenaar dient een aanvraag in tot legalisering van dit reeds in 1977 gebouwde chalet. Dat staat op grond met de bestemming ‘houtwal’ en daarom weigert het college, het bevoegd gezag voor de verlening van omgevingsvergunningen, deze vergunning.

De aanvraag moet mede worden opgevat als een aanvraag om op grond van artikel 2.1, eerste lid onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) af te wijken van het bestemmingsplan. Daartoe moet de uitgebreide voorbereidingsprocedure worden gevolgd.

De rechtbank besliste dat, omdat het college voornemens was om de vergunning wegens strijd met het bestemmingsplan te weigeren, het college niet verplicht was om een verklaring van geen bedenkingen aan de gemeenteraad te vragen.

De Afdeling oordeelt anders. De Afdeling onderkent wel dat uit de letterlijke tekst van artikel 6.5 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) niet volgt dat de verklaring van geen bedenkingen aan de raad moet worden gevraagd, indien het college van mening is dat de omgevingsvergunning niet wordt verleend.

Echter, in artikel 3.11 van de Wabo is bepaald dat het college als het bevoegde gezag onverwijld de aanvraag moet toezenden aan de raad, het orgaan dat bevoegd is om de verklaring van geen bedenkingen te geven. De wetgever heeft in dit verband gesproken over een ‘deelbevoegdheid’. Een beslissing om al dan niet af te wijken van het bestemmingsplan moet worden overgelaten aan de raad, als zijnde het planologisch bevoegde orgaan, en kan dus niet worden overgelaten aan het college als zijnde het voor de afgifte van de omgevingsvergunning bevoegde orgaan. De bevoegdheid van de raad mag niet worden ondergraven vanwege het oordeel van het college of er al dan niet van het bestemmingsplan moet worden afgeweken. Dat betekent dat de omgevingsvergunning alleen kan worden geweigerd vanwege strijd met het bestemminsplan, wanneer daaraan voorafgaand de verklaring van geen bedenkingen is geweigerd. Het aanvragen van die verklaring door het college aan de raad is verplicht.

De Afdeling overweegt wel dat de omgevingsvergunning geweigerd kan worden, indien het college de weigering baseert op een andere weigeringsgrond dan de weigeringsgrond ‘strijd met het bestemmingsplan’ waarop de verklaring van geen bedenkingen betrekking heeft.

Overigens wordt met toepassing van artikel 6:22 Algemene wet bestuursrecht (Awb) het gebrek in de besluitvorming gepasseerd. De raad had namelijk recent het bestemmingsplan opnieuw vastgesteld en daarbij het chalet niet als bedrijfswoning bestemd. Daarmee was het standpunt van de raad bekend, zodat niet opnieuw naar dit standpunt behoefde te worden gevraagd.

In de artikelen 16.15 en 16.16 van de nieuwe Omgevingswet is gesteld dat in voorkomend geval aan de raad advies c.q. instemming moet worden gevraagd. Daar is de wettekst wel helder.

ABRvS 6 april 2016, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2016:921

Door mr. U.T. Hoekstra

"

Actualiteiten overzicht