Nieuwsbrief voor overheden

Eiser had zonder vergunning een fietsenoverkapping in zijn voortuin gebouwd. Nadat een derde daarvan melding maakte bij de gemeente Utrecht, vroeg hij alsnog een omgevingsvergunning aan (legalisatie). Het college weigerde die; het bezwaar werd ongegrond verklaard. In beroep beoordeelt de rechtbank of de overkapping in strijd is met het omgevingsplan, met de welstandseisen en met de stedenbouwkundige eisen.

Het nieuwe deel van het omgevingsplan van Utrecht bepaalt dat bijbehorende bouwwerken – waaronder, niet in geschil, deze overkapping – alleen vergunningvrij zijn als zij in het achtererfgebied staan. De overkapping staat in de voortuin en is dus vergunningplichtig, maar daarmee nog niet automatisch in strijd met het omgevingsplan: dat is zij pas als ook het tijdelijke deel – hier het bestemmingsplan ‘Actualisering 2015, Oog in Al en Lunetten’ – geen locatie specifieke regels bevat waaraan zij voldoet.

Welke definities gelden?
De kern van het geschil is welke definities gelden bij de toets aan die locatie specifieke regels. Het college redeneerde dat de overkapping, eenmaal aangemerkt als bijbehorend bouwwerk in de zin van het nieuwe deel, ook als zodanig aan het bestemmingsplan moest worden getoetst – en dus vergunningplichtig bleef, omdat het bestemmingsplan alleen vergunningvrije activiteiten bij het hoofdgebouw toestaat. Eiser stelde daar tegenover dat het bestemmingsplan een eigen, engere definitie van ‘dak’ hanteert: de bovenbeëindiging van een gebouw. Zijn overkapping heeft geen wanden en is dus geen gebouw, zodat zij naar de letter van die definitie ook geen dak kan hebben – en dus geen bijbehorend bouwwerk is, maar een bouwwerk, geen gebouw zijnde, waarvoor alleen een hoogte-eis van 3 meter geldt.

De rechtbank volgt geen van beide partijen volledig, maar kiest voor consistentie binnen het tijdelijke deel: voor de toets aan de locatie specifieke regels gelden de begripsomschrijvingen uit dat tijdelijke deel zelf, niet die uit het nieuwe deel, en die eigen definities mogen ook niet worden genegeerd. Toegepast op ‘bijbehorend bouwwerk’ uit het bestemmingsplan – een bouwwerk met een dak, waarbij dak is gedefinieerd als bovenbeëindiging van een gebouw – leidt dat tot een andere uitkomst dan eiser voorstond: het bouwwerk zelf hoeft geen gebouw te zijn, mits het een dak heeft dat afkomstig is van een gebouw. Omdat de overkapping zo’n dak heeft, is zij naar de letter van de definitie wel degelijk een bijbehorend bouwwerk. De specifieke regels van het bestemmingsplan worden, mede aan de hand van de plantoelichting, zo uitgelegd dat alleen vergunningvrije bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan. De vergunningplichtige overkapping van eiser valt daarbuiten en is dus in strijd met het omgevingsplan.

Rb. Midden-Nederland 12 augustus 2026, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBMNE:2026:5485. 

Actualiteiten overzicht

Maak kennis met onze specialisten

Bekijk ons team