Nieuwsbrief voor overheden
In 2013 is het procesrecht voor ambtenaren die vergoeding willen van schade door een ongeval op het werk gewijzigd. Kon voorheen een zogenaamd zelfstandig schadebesluit worden uitgelokt, waartegen de ambtenaar vervolgens bezwaar, beroep en hoger beroep kon aantekenen, tegenwoordig moet een dergelijke procedure worden ingeleid met een verzoekschrift. Een recente uitspraak laat zien dat de Centrale Raad geen al te hoge eisen stelt aan de inhoud van het verzoekschrift.
Het ging om een medewerker van de bibliotheek in een Penitentiaire inrichting. Bij het op- en afstappen van een krukje om boeken van een boekenplank af te halen is zij gevallen en heeft letsel opgelopen. Betrokkene heeft het bevoegd gezag aansprakelijk gesteld voor door haar te lijden materiële en immateriële schade als gevolg van het ongeval. Deze claim is gebaseerd op de grond dat het bevoegd gezag de zorgplicht heeft geschonden. Het bevoegd gezag heeft bij besluit geweigerd om aansprakelijkheid te erkennen en daarbij meegedeeld dat dit besluit niet vatbaar is voor bezwaar en beroep, omdat betrokkene een verzoekschriftprocedure kon voeren als bedoeld in Titel 8.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Desondanks heeft betrokkene beroep ingesteld, waarna de rechtbank oordeelde dat het beroepschrift niet als een verzoekschrift kan worden aangemerkt, omdat daarin geen opgave van de aard van de geleden of te lijden schade is opgenomen, als bedoeld in artikel 8:92 van de Awb. Op grond van artikel 8:4, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb verklaart de rechtbank het beroep daarom niet ontvankelijk. De Centrale Raad draait dit oordeel van de rechtbank terug.
In artikel 8:88 van de Awb is bepaald dat de bestuursrechter bevoegd is op verzoek van een belanghebbende een bestuursorgaan te veroordelen tot vergoeding van schade die de belanghebbende lijdt of zal lijden als gevolg van een onrechtmatig besluit of een andere onrechtmatige handeling waarbij een ambtenaar, zijn nagelaten betrekkingen of zijn rechtverkrijgenden belanghebbenden zijn. In een uitspraak van 29 december 2016 (ECLI:NL:CRVB:2016:5106), welke is besproken in een eerdere editie van deze nieuwsbrief, Titel 8.4 Awb van toepassing op arbeidsongeval ambtenaar, heeft de Centrale Raad reeds vastgesteld dat artikel 8:88 Awb ook van toepassing is op geschillen over schade, geleden in de uitoefening van de werkzaamheden door schending van de zorgplicht.
Op grond van artikel 8:90, eerste lid, van de Awb dient aan het instellen van een verzoekschriftprocedure een verzoek om schadevergoeding (‘aansprakelijkstelling’) vooraf te gaan, tenzij dit redelijkerwijs niet van betrokkene kan worden gevergd. Volgens artikel 8:92, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb bevat het verzoekschrift tenminste een opgave van de aard van de geleden of de te lijden schade en, voor zover redelijkerwijs mogelijk, het bedrag van de schade en een specificatie daarvan. Ingevolge artikel 8:94 is artikel 6:6 van de Awb van overeenkomstige toepassing, zodat de indiener van het verzoek de gelegenheid moet hebben gehad een verzuim binnen een daartoe gestelde termijn te herstellen, alvorens het verzoek niet ontvankelijk kan worden verklaard. In haar beroepschrift bij de rechtbank heeft betrokkene het bevoegd gezag aansprakelijk gehouden voor ‘alle directe- en indirecte’ schade in verband met het dienstongeval wegens schending van de zorgplicht. De Centrale Raad beschouwt de aansprakelijkstelling als het verzoek als bedoeld in artikel 8:90, tweede lid van de Awb. De Centrale Raad is van oordeel dat het beroepschrift, bezien in samenhang met de aansprakelijkstelling voldoet aan het in artikel 8:92 van de Awb gestelde vereiste van een opgave van de aard van de geleden of te lijden schade. Nu de rechtbank dit niet heeft onderkend, is het beroepschrift ten onrechte niet mede aangemerkt als verzoekschrift. De uitspraak van de rechtbank komt dan ook in zoverre in aanmerking voor vernietiging.
CRvB 31 augustus 2017, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:CRVB:2017:3010
Door Bas de Moor
"