Nieuwsbrief voor overheden
Als de verbeurde dwangsom al is betaald, kan de rechter niet meer toekomen aan de beoordeling van een beroep op verjaring van de bevoegdheid tot invordering.
De Minister van I en M had een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van een voorschrift uit het Binnenvaartpolitiereglement. Aan de last werd geen uitvoering gegeven, waardoor medio 2015 een dwangsom van € 6.000,-- verbeurd raakte. De Minister besloot over te gaan tot invordering van de verbeurde dwangsom. Tegen deze beschikking maakt de overtreder bezwaar. In september 2017, hangende de procedure tegen de invorderingsbeschikking, betaalde de overtreder de dwangsom.
In de procedure tegen de invorderingsbeschikking voert de overtreder aan dat hij de dwangsom onverschuldigd heeft betaald omdat de bevoegdheid tot invordering van de verbeurde dwangsom op het moment van betaling reeds was verjaard.
De Afdeling oordeelt:
“Verjaring van de invorderingsbevoegdheid heeft tot gevolg dat de verbeurde dwangsommen niet langer met dwang kunnen worden ingevorderd. Betaling van de geldschuld waarvan de invorderingsbevoegdheid is verjaard houdt niet in dat deze betaling om die reden onverschuldigd is. De vraag of de invorderingsbevoegdheid is verjaard behoeft daarom geen beantwoording”.
Is de dwangsom betaald, dan komt de rechter dus niet meer toe aan de beoordeling van een beroep op verjaring van de bevoegdheid tot invordering.
ABRvS 11 april 2018, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2018:1189
Door Jaap IJdema
"