Nieuwsbrief voor overheden

Op een zo goed als nieuwe ‘omafiets’ rijdt een tienjarig meisje in de schemering van een fietspad over een vrij steile afdaling naar beneden. Ter hoogte van een kruising komen het meisje en haar passagier ten val. Het meisje loopt hersenletsel op.

In het midden van het fietspad bevond zich ten tijde van het ongeval een scheur in het asfalt in de lengterichting met een lengte van vijf meter en aan het einde daarvan een haaks aansluitende scheur in de dwarsrichting. Op foto’s is het grillige, meanderende verloop van de scheur in de lengterichting duidelijk.

De rechtbank wijst de vordering af. De toedracht van het ongeval zou niet zijn komen vast te staan. Er zou geen sprake zijn van onvoldoende onderhoud en tussentijdse maatregelen waren niet nodig. Wat dit laatste betreft is van belang dat de gemeente aanvoert dat er over deze scheur/plek verder geen meldingen zijn gedaan.

De gemeente Wassenaar voert in hoger beroep als verweer dat de lengtescheur ‘op het oog’ kleiner is dan een centimeter en dat de breedte van die scheur in elk geval veel smaller was dan die van een fietsband, zodat er geen risico’s te duchten zouden zijn geweest van vastraken of klemzitten. Het hof verwerpt dit verweer.

Het hof sluit zich aan bij de deskundige. Deze heeft betoogd dat het er niet om gaat dat de fietsband in de scheur terecht kan komen of daarin kan vast komen te zitten, maar om het specifieke gevaar dat het wiel ‘gaat zoeken’ door de onregelmatige vorm en diepte van de scheur, dat bij een eensporig voertuig zoals een fiets de achterband de boog van de scheur gaat volgen en het spoor van de scheur gaat zoeken. Daardoor komt het stuur c.q. het voorwiel scheef te staan; dat hoeft niet eens per se bij een hoge snelheid te zijn. Dan gaat de fiets meanderen. Een verkeerde stuurbeweging is dan een natuurlijke reactie van de fietser. In principe heeft de hellingshoek geen invloed op het meanderen, maar snelheid kan wel een factor zijn. Bij een lage snelheid is er meer kans dat het wiel gaat zoeken naar de oneffenheden van de scheur. Als er iemand achterop de fiets zit, ligt er meer gewicht op het achterwiel en minder op het voorwiel en dat maakt zeker een ongunstig verschil uit. De passagier heeft als getuige een verklaring afgelegd, inhoudend dat het meisje goed, normaal remmend en gecontroleerd fietste. Dus niet snel.

Het hof oordeelt dat het voldoende is komen vast te staan dat de scheur het ongeval heeft veroorzaakt. Het ongeval vond namelijk plaats bij de scheur. De deskundige heeft verklaard dat de kans zeer groot is dat het meisje over deze scheurvorming van het fietspad heeft gereden en dat de aard en vorm van deze scheur goed kan hebben geleid tot het in onbalans raken van de fiets en de uiteindelijke val. Uit verklaringen van getuigen valt niet af te leiden dat er een voertuig uit de zijstraat kwam, waardoor het meisje zou zijn geschrokken.

Het hof verwijst voor wat betreft de aansprakelijkheidsmaatstaf naar de arresten van de Hoge Raad d.d. 17 december 2010 en 4 april 2014 (ECLI:NL:HR:2010:BN6236 en ECLI:NL:HR:2014:831 respectievelijk Dijkdoorbraak Wilnis en Gemeente Deventer/Reaal). Het gaat om een druk bereden fietspad dat zeer frequent wordt gebruikt. Niet alleen in de zomermaanden door inwoners en toeristen die naar het strand gaan, maar gedurende het hele jaar door fietsers en wielrenners die langs de kust fietsen. Onder de gebruikers van het fietspad bevinden zich niet alleen inwoners van de gemeente Wassenaar, die mogelijk ter plaatse bekend zijn, maar ook mensen uit de zeer wijde omgeving. Het is verder een feit van algemene bekendheid dat fietsers die van en naar het strand rijden in de regel bagage bij zich hebben en ook regelmatig iemand anders achterop de fiets meenemen, zoals kinderen. Het meenemen van bagage en/of een opzittende is een omstandigheid die naar ervaringsregels de stabiliteit van fietsers negatief kan beïnvloeden. Daarom mogen, aldus het hof, vrij hoge eisen worden gesteld aan de staat van het betrokken wegdek op dit drukke fietspad naar het strand om ongevallen te voorkomen. Aangezien vaststaat dat het wegdek was beschadigd, had de weg er ter plaatse niet zo bij mogen liggen. De aard en omvang van de scheurvorming in het fietspad is juist voor eensporige voertuigen, zoals fietsen, als bijzonder gevaarscheppend te beschouwen, aldus de deskundige.

Anders dan de gemeente had betoogd, kan er naar het oordeel van het hof niet van uit worden gegaan dat fietsers onderaan de heuvel –gemakkelijk- een snelheid van 20 kilometer per uur zouden kunnen ontwikkelen, zodanig dat zij binnen 1 of 2 seconden de scheur zonder gevaar zouden kunnen passeren. Immers, mede gelet op ervaringsregels is het bepaald niet ondenkbaar dat fietsers die naar beneden gaan hun snelheid juist zullen matigen tot aanmerkelijk minder dan 20 kilometer per uur, teneinde te voorkomen dat zij alsmaar harder de heuvel afrijden met alle gevaren van dien op dit drukke fietspad.

Bovendien kan er niet van worden uitgegaan dat er in de periode voor het ongeval niet al eerder ongevallen met de fiets ter plaatse zijn geweest, omdat de gemeente destijds geen registraties van ongevalsmeldingen bijhield en de politie niet proactief de ongevallen door gaf.

Het verweer dat de financiële middelen voor de gemeente te beperkt waren om de vereiste maatregelen te treffen, was verder niet gemotiveerd.

De vordering van het meisje wordt toegewezen. Het eigen schuld verweer wordt verworpen, omdat uit de verklaringen van getuigen geenszins valt op te maken dat het meisje onoplettend of onvoorzichtig heeft gehandeld. Een particuliere fietser behoefde naar het oordeel van het hof redelijkerwijs ook niet bedacht te zijn op het aan de scheur in het wegdek verbonden specifieke gevaar van het in onbalans raken van de fiets.

Dit is geen vernieuwend arrest, althans niet in juridisch opzicht, maar het demonstreert wel goed hoe ver de aansprakelijkheid van de gemeente kan reiken. Het arrest prent wel in dat druk bereden fietspaden goed moeten worden onderhouden. Het arrest brengt ook onder de aandacht dat ook smalle scheuren, smaller dan de breedte van een fietsband, voor fietsers gevaarlijk kunnen zijn.

Hof ’s-Gravenhage 17 mei 2016, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHDHA:2016:1350

Door mr. U.T. Hoekstra

"

Actualiteiten overzicht