Nieuwsbrief voor overheden

De Amsterdamse kantonrechter heeft op 23 oktober 2017 een opmerkelijke uitspraak gedaan. De vordering van een verhuurder om een huurder te veroordelen tot medewerking aan periodieke inspecties van het gehuurde wordt afgewezen. Daarbij wordt overwogen dat, omdat de verhuurder niet de bevoegdheid heeft om zonder toestemming van de huurder de woning te betreden, niet geoordeeld kan worden dat zij in dat geval wist of had kunnen weten dat de woning onrechtmatig werd gebruikt voor het kweken van hennep.

 

De Afdeling overweegt ten aanzien van woningsluitingen op grond van artikel 13b van de Opiumwet (Opw) steevast dat de verhuurder de verantwoordelijkheid heeft om zich over het gebruik van het pand adequaat te informeren. In 2014 en 2015 werd in onze nieuwsbrief al bij deze Afdelingsjurisprudentie stilgestaan.

De eigenaar kan als overtreder worden aangemerkt, indien hij wist, dan wel redelijkerwijs had kunnen weten dat zijn pand als hennepkwekerij werd gebruikt. In de uitspraak van 23 september 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:2969) heeft de Afdeling onder andere overwogen dat de verhuurder “bij een eenvoudige inspectie van de woning had kunnen constateren dat de woning er onbewoond uitzag en er illegaal stroom werd afgetapt”.

Metterwoon Vastgoed B.V., een Haagse verhuurder, wilde geen risico’s lopen op hoge kosten als gevolg van handhavend optreden door de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opw. Daarom is Metterwoon onder andere bij een huurder in Amsterdam-Zuid aan de deur geweest om een inspectie in het gehuurde uit te voeren. De huurder heeft dat geweigerd.

Metterwoon liet het daar niet bij zitten en stapte naar de kantonrechter. Ze vordert dat de huurder veroordeeld wordt tot het verlenen van medewerking aan periodieke inspectie van het gehuurde en Metterwoon daarbij op ieder door haar gewenst moment, al dan niet aangekondigd, de toegang tot de woning te verschaffen. Dit onder verbeurte van een dwangsom bij iedere weigering.

De huurder stelt dat hij niet is gehouden om Metterwoon te allen tijde op de door haar gewenste data en tijdstippen toegang tot zijn woning te verlenen en beroept zich op de privacywetgeving.

De kantonrechter heeft overwogen dat het recht op privacy van de huurder inderdaad moet worden gerespecteerd. De bevoegdheid om de woning te betreden is er voor de verhuurder slechts als er reparaties of taxaties nodig zijn. Zonder toestemming mag het alleen in noodgevallen.

Metterwoon stelt dat de kans bestaat dat er bestuursrechtelijk opgetreden wordt tegen hennepkwekerijen in haar woning en zij in dat kader tegengeworpen kan krijgen dat zij wist of kon weten dat het pand onrechtmatig werd gebruikt. De kantonrechter meent dat dat niet het geval is en heeft overwogen:

“Nu zij, buiten noodgevallen, niet de bevoegdheid heeft om zonder toestemming van de huurder de woning te betreden, valt echter niet in te zien dat, zonder meer, geoordeeld kan worden dat zij in dat geval wist of had kunnen weten dat de woning onrechtmatig werd gebruikt.”

Het is nu wachten op een verhuurder die zich bij de Afdeling of een lagere bestuursrechter beroept op deze uitspraak. De uitspraak geeft verhuurders die hennepkweek oogluikend toestaan of anderszins faciliteren op het eerste gezicht een mogelijkheid om zich te verschuilen achter het argument dat zij niet konden weten wat er in het door hen verhuurde pand gebeurde. Zij mochten het immers niet binnentreden.

Rb Amsterdam 23 oktober 2017, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBAMS:2017:7771

Door Ad Schreijenberg

"

Actualiteiten overzicht