Nieuwsbrief voor overheden
De Afdeling oordeelt voor het eerst dat een gemeente een persoon als gemachtigde mag weigeren vanwege misbruik van recht.
De gemeente Barendrecht heeft met toepassing van artikel 2:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) bijstand voor een persoon door wederpartij geweigerd, vanwege ernstige bezwaren wegens misbruik van recht. De gemeente heeft gewezen op het feit dat wederpartij zelf eerder bij meerdere gemeenten zodanig omvangrijke Wob-verzoeken heeft ingediend, dat daarop onmogelijk binnen de wettelijke termijn kon worden beslist. Bovendien heeft wederpartij aangegeven dat hij openstaat voor afkoop van de procedures, hetgeen bevestigt dat de verzoeken niet gericht waren op het daadwerkelijk openbaar maken van informatie, maar op het vergaren van publieke gelden. De in de Wob-verzoeken genoemde domeinnaam ‘ikwilinformatie.nl’ heeft op naam van wederpartij gestaan. Volgens de gemeente wijst dit erop dat geen sprake was van een 'cliënt-gemachtigde-relatie', maar dat ook het Wob-verzoek van wederpartij afkomstig was.
Artikel 2:2, eerste lid, van de Awb luidt als volgt:
Het bestuursorgaan kan bijstand of vertegenwoordiging door een persoon tegen wie ernstige bezwaren bestaan, weigeren."
De Afdeling stelt dat van de in artikel 2:2, eerste lid, van de Awb gegeven bevoegdheid slechts in uitzonderlijke gevallen gebruik mag worden gemaakt. Er moeten ernstige bezwaren aan de orde zijn. Blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van deze bepaling kunnen deze bezwaren van uiteenlopende aard zijn. Gedacht kan worden aan gevallen van evidente en ernstige ondeskundigheid. Ook kan gedacht worden aan gemachtigden die herhaaldelijk de normale gang van zaken, eventueel met bedreiging van geweld, verstoren.
In aanvulling hierop overweegt de Afdeling in de uitspraak van 9 mei 2018 dat ook gevallen van misbruik van recht door een bepaalde persoon ernstige bezwaren kunnen vormen op grond waarvan die persoon als gemachtigde mag worden geweigerd. Ernstige bezwaren zijn evenwel niet reeds aan de orde indien de betrokken persoon in een incidenteel en op zichzelf staand geval misbruik van recht heeft gemaakt.
Gelet op het ingrijpende karakter van de bevoegdheid tot weigering van een gemachtigde, vereist de zorgvuldigheid dat het bestuursorgaan uiteenzet op grond van welke concrete feiten en omstandigheden het zich op het standpunt stelt dat ernstige bezwaren tegen die persoon bestaan.
Volgens de Afdeling heeft de gemeente voldoende geconcretiseerd waaruit de ernstige bezwaren tegen wederpartij bestaan. De gemeente heeft aannemelijk gemaakt dat wederpartij niet in een incidenteel en op zichzelf staand geval misbruik heeft gemaakt van het recht om Wob-verzoeken in te dienen (bij deze gemeente in de periode van 2013 tot 2015 al meer dan 100 Wob-verzoeken) en daartegen rechtsmiddelen aan te wenden, maar dat hij dit stelselmatig heeft gedaan. De Afdeling volgt voorts de gemeente in de stelling dat de procedure op grond van de Wob waarin wederpartij in bezwaar als gemachtigde is geweigerd, kenmerken vertoonde die duidden op een voortzetting van het patroon van misbruik van recht. Het misbruik bestond daarin dat met de Wob-verzoeken niet werd beoogd om informatie te verkrijgen, maar om zo veel mogelijk proceskostenvergoedingen te verkrijgen. Dat de handelwijze van wederpartij misbruik van recht inhield, wordt bevestigd door de andere uitspraken van 9 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1499, ECLI:NL:RVS:2018:1500, ECLI:NL:RVS:2018:1501 en ECLI:NL:RVS:2018:1502.
De betrokkenheid van wederpartij ging veel verder dan een zakelijke relatie tussen een rechtsbijstandverlener en zijn cliënten. Onder meer uit de metadata van elektronisch ingediende documenten is gebleken dat wederpartij, anders dan de ondertekening van de Wob-verzoeken doet vermoeden, reeds vóór de indiening van de Wob-verzoeken bij de procedures betrokken was. Verder was wederpartij zelf aanvankelijk als houder van het domein 'ikwilinformatie.nl' geregistreerd, hetgeen erop wijst dat wederpartij bij de inleidende Wob-verzoeken betrokken was om op deze manier een proceskostenvergoeding te krijgen.
ABRvS 9 mei 2018, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2018:1587
Door Najima Khan
"