Nieuwsbrief voor overheden

De gemeente Amsterdam is eigenares van een oeverstrook langs de Ringvaart. Daaraan is een aantal woonschepen gelegen. Het waterschap heeft een dijkverbeteringsplan vastgesteld. In verband daarmee heeft de gemeente een bestemmingsplan vastgesteld; gemeente en waterschap hebben gekozen voor een geïntegreerde uitvoering van een herinrichtingsproject. Daartoe heeft de gemeente de met betrokkenen bestaande gebruiksovereenkomsten opgezegd, onder het gelijktijdig aanbieden van een huurovereenkomst. Dit wordt echter niet aanvaard, zodat de gemeente ontruiming vordert.

Betrokkenen stellen dat de gemeente op grond van het bestemmingsplan de publiekrechtelijke weg had kunnen en daarom had moeten bewandelen, een en ander in de zin van het Windmill-arrest.

De kort gedingrechter oordeelt dat erkend is dat een aantal gebouwen is gebouwd zonder vergunning en dat niet is betwist dat de grond na de opzegging van de eerder aangenomen stilzwijgende bruikleenovereenkomst in gebruik is zonder recht of titel. Dat betekent dat het niet uitmaakt of betrokkenen op grond van een privaatrechtelijke of een publiekrechtelijke rechtsgang worden gedwongen die grond te ontruimen. Dat zou anders zijn indien aan de publiekrechtelijke regeling een verdergaande bescherming zou kunnen worden ontleend, maar dat is niet het geval.

In het aanhangige kort geding wordt slechts een gedeelte van de dijkverbeteringsstrook opgevorderd; in een later stadium is de rest aan bod. Betrokkenen brengen naar voren dat dat betekent dat zij de gebouwen eerst slechts gedeeltelijk moeten afbreken en pas daarna helemaal: dat leidt tot extra kosten. Daaromtrent wordt overwogen dat dit belang voortvloeit uit de ooit gemaakte keuze om te bouwen zonder vereiste vergunning, niet voorzienbaar was en dat daarmee om die reden geen rekening kan worden gehouden.

De vordering wordt dan ook toegewezen.

Rb. Amsterdam 19 maart 2014, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBAMS:2014:1387

Door mr. U.T. Hoekstra

"

Actualiteiten overzicht