Nieuwsbrief voor overheden

Voor het antwoord op de vraag of van rechtswege een omgevingsvergunning is gegeven, is van belang of, en zo ja wanneer, een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de  Algemene wet bestuursrecht is gedaan om verlening daarvan. Indien er geen gebruik is gemaakt van een aanvraagformulier, maar van een brief, moet uit de brief ‘eenduidig en ondubbelzinnig blijken dat beoogd is een aanvraag in te dienen om een besluit te nemen tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor een concreet omschreven plan’.

 

Appellante is eigenaresse van een gebouw en een perceel waarop de bestemming Bedrijventerrein" rust. Appellante heeft aangevoerd dat van rechtswege een omgevingsvergunning is gegeven vanwege de niet tijdige beslissing op haar verzoek om reguliere detailhandel op het perceel te realiseren. Het college heeft primair de desbetreffende brief van appellante aangemerkt als een verzoek om principemedewerking, en daarmee niet als een aanvraag.  

Appellante heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig bekendmaken van de volgens haar van rechtswege gegeven omgevingsvergunning voor het gebruik van het gebouw op een perceel. De rechtbank heeft geoordeeld dat de brief, gelet op de context en de aanhef in zijn geheel beoordeeld, geen voldoende concreet verzoek tot het nemen van een besluit bevat. Nu de brief niet valt te beschouwen als een aanvraag, kan geen sprake zijn van het niet tijdig beslissen op de aanvraag. Gelet hierop kan vervolgens evenmin sprake zijn van een van rechtswege verleende omgevingsvergunning.

De Afdeling heeft de aangevallen uitspraak bevestigd. Naar het oordeel van de Afdeling heeft appellante niet eenduidig en ondubbelzinnig kenbaar gemaakt dat zij reeds met de brief heeft beoogd een aanvraag om omgevingsvergunning in te dienen. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat:
1. de in de brief gegeven omschrijving van het plan niet concreet is, maar summier en globaal;
2. een nadere omschrijving van het plan ontbreekt. Het is onder meer niet duidelijk welke vorm de detailhandel zal hebben en of het gehele pand daarvoor zal worden gebruikt; en
3. appellante, gelet op de eerder door haar gevoerde procedures, niet ondeskundig is op het gebied van ruimtelijke ordening en geacht mag worden op de hoogte te zijn van de reguliere wijze om een aanvraag om omgevingsvergunning in te dienen.

Voor het bevoegd gezag is het van belang om een aanvraag in briefvorm niet zonder meer terzijde te leggen. Let goed op de aanvraag; is die ondubbelzinnig en voldoende concreet? Bij twijfel moet de aanvrager in de gelegenheid worden gesteld de aanvraag binnen een gestelde termijn aan te vullen. Hiermee wordt de beslistermijn opgeschort. Als er vervolgens nog niet voldoende informatie is verstrekt, kan beslist worden de aanvraag buiten behandeling te laten; reageren verdient voorkeur vanwege het risico op een van rechtswege verleende vergunning.   

ABRvS 7 maart 2018, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2018:754

Door Najima Khan

"

Actualiteiten overzicht