Nieuwsbrief voor overheden

Wat was er aan de hand? Kinderopvang de Kinderkei heeft een principeverzoek ingediend bij het college van B&W, ter wijziging van het bestemmingsplan van een perceel waar zij een kinderopvang wilde beginnen. Het college deelde mee dat er onder voorwaarden mogelijkheden zijn om mee te werken aan de gewenste bestemmingswijziging. Vervolgens heeft De Kinderkei het perceel gekocht en opnieuw een principeverzoek tot bestemmingswijziging ingediend. Een ambtenaar heeft De Kinderkei geïnformeerd dat het college in principe akkoord is, maar dat het perceel eerst eigendom van De Kinderkei moest zijn voordat De Kinderkei kon beginnen met de procedure voor bestemmingswijziging. Vervolgens is een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend. Als gevolg van adviezen van de Friese omgevingsdienst en brandweer, heeft het college aan De Kinderkei laten weten dat de procedure voor de aanvraag niet voortgezet kon worden.

De Kinderkei vordert (voor zover van belang) een verklaring voor recht dat de gemeente onrechtmatig jegens De Kinderkei heeft gehandeld door de eis te stellen dat het perceel eerst in eigendom zou moeten zijn verworven alvorens zij de aanvraag om een  omgevingsvergunning in behandeling te willen nemen.

De rechtbank oordeelt dat de mededeling van de ambtenaar over het moeten verwerven van eigendom van het perceel feitelijk onjuist is. Dit vloeit immers niet uit de wet voort. Dat een onjuiste mededeling ook onrechtmatigheid met zich brengt, staat echter niet vast.

Er is sprake van onrechtmatigheid wanneer een bestuursorgaan niet de zorgvuldigheid in acht heeft genomen die van hem mocht worden geëist met het oog op de voor de belanghebbende kenbare belangen. De concrete omstandigheden van het geval zijn daarbij van belang. Het gaat daarbij in dit geval onder meer om de vraag of De Kinderkei redelijkerwijs heeft mogen vertrouwen op de juistheid van de door de ambtenaar verstrekte informatie. De rechtbank vindt van niet. De Kinderkei had moeten nagaan of de informatie wel klopte. De mededeling van de ambtenaar, die erop neer kwam dat De Kinderkei zonder enige zekerheid eerst en geheel voor eigen risico een perceel voor € 700.000,- zou moeten kopen, was volstrekt onlogisch en dat had De Kinderkei ook kunnen begrijpen.

Bovendien is De Kinderkei een professionele partij. Uit de bepalingen in de koopovereenkomst volgde bovendien dat De Kinderkei zich volledig bewust was van de risico’s die zij liep als zij eigenaar.

De Kinderkei heeft verder niet gesteld dat zij door de onjuiste mededeling op het verkeerde been is gezet en dat daardoor schade is ontstaan. De feiten wijzen er volgens de rechtbank juist op dat het niet zo is gegaan. De koopovereenkomst is gesloten vóórdat de onjuiste mededeling is gedaan en in de koopovereenkomst zijn verplichtingen over de datum van levering vastgelegd. Ook los van de onjuiste mededeling had De Kinderkei het perceel dus moeten afnemen. Van schade als gevolg van de mededeling is dus geen sprake.

De slotsom luidt dat de onjuiste mededeling geen onrechtmatig handelen oplevert. De vordering van De Kinderkei wordt afgewezen.

Rechtbank Noord-Nederland 20 augustus 2025, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBNNE:2025:3408
 

Actualiteiten overzicht

Maak kennis met onze specialisten

Bekijk ons team