Nieuwsbrief voor overheden

Sommige gemeenten stellen met de jaarwisseling een vuurwerkverbod in. Sinds de uitspraak van de Afdeling van 14 december 2016 is er duidelijkheid over de houdbaarheid van een dergelijk verbod. In deze bijdrage ga ik kort in op de mogelijkheden en de vraag of het zin heeft.

Kort na de jaarwisseling maakt de minister van Veiligheid en Justitie ieder jaar de balans op. Hoe is de jaarwisseling verlopen en hoe verhoudt dat zich tot eerdere jaren? Het totale aantal incidenten daalde de afgelopen jaarwisseling van 12.163 naar 11.293. Het aantal vuurwerkincidenten daalde flink (4.137 in 2016 ten opzichte van 5.068 in 2015). Er waren wel meer branden en ontploffingen. Deze gegevens zeggen niet veel over wat gemeenten tijdens de aanstaande jaarwisseling kunnen verwachten. Een goede voorbereiding is het halve werk. Biedt een vuurwerkvrije zone mogelijkheden om de jaarwisseling in goede banen te leiden?

Artikel 2.3.6 van het Vuurwerkbesluit houdt een verbod in voor het, anders dan bedrijfsmatig, tot ontbranding brengen van vuurwerk op een ander tijdstip dan tussen 31 december 18.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daaropvolgende jaar. Twintig procent van de Nederlandse gemeenten wijst gebieden aan waar helemaal geen vuurwerk afgestoken mag worden. Het college van burgemeester en wethouders heeft in die gemeenten in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) de bevoegdheid tot het nemen van een Aanwijzingsbesluit voor vuurwerkvrije zones. De rechtbank Midden-Nederland heeft in een zaak over vuurwerkvrije zones in Hilversum overwogen dat de bevoegdheid om een plaats aan te wijzen waar het verboden is vuurwerk af te steken als ‘een bevoegdheid die past binnen de sfeer van artikel 160, eerste lid, aanhef en onder a, van de Gemeentewet’.

Op 4 november jl. vond de zitting plaats in het hoger beroep in deze zaak. Enkele vuurwerkhandelaren zijn van mening dat het college niet bevoegd was om het vuurwerkverbod in te stellen, omdat volgens hen alleen de burgemeester – als verantwoordelijke voor de openbare orde - dat mag doen. Ze menen ook dat het vuurwerkverbod in strijd is met het Vuurwerkbesluit, omdat daarin alleen de mogelijkheid wordt geschapen om regels te stellen over de tijdstippen waarop vuurwerk mag worden afgestoken, en niet over de locatie. In de uitspraak van 14 december 2016 heeft de Afdeling overwogen dat met het nemen van een op het APV-artikel gebaseerd besluit geen invulling wordt gegeven aan het begrip ‘handhaving van de openbare orde’ als bedoeld in artikel 172, eerste lid, van de Gemeentewet, ten aanzien waarvan de burgemeester exclusief bevoegd is. Op grond van de wetsgeschiedenis moet immers onder ‘handhaving’ van de openbare orde het ‘feitelijk herstellen en bewaren’ van de openbare orde worden verstaan. Die situatie doet zich niet voor in het artikellid van de APV van Hilversum, waarin is opgenomen dat het verboden is vuurwerk te bezigen op een door het college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats. Op grond van dat artikel kan een vorm van nadere regelgeving op het terrein van de openbare orde worden vastgesteld. De bevoegdheid daartoe kan (ook) aan het college worden toebedeeld. Ook heeft de Afdeling overwogen dat er met de APV-bepaling geen sprake is van strijd met het Vuurwerkbesluit. Met het Vuurwerkbesluit is volgens de Afdeling niet beoogd om een uitputtende regeling te treffen. Daarom is het bestuursorganen in het Vuurwerkbesluit niet verboden om plaatsen aan te wijzen waar een vuurwerkverbod geldt. Ook de andere door de vuurwerkhandelaren aangevoerde gronden slagen niet.

Het mag dus, maar of het werkt is een tweede. Hoewel het aantal vuurwerkincidenten volgens de statistieken daalt is het de vraag of dit komt door de afgekondigde vuurwerkverboden. Over de effectiviteit van de maatregel zijn de meningen verdeeld. In de meeste gemeenten leeft de gedachte dat de verboden preventief werken. In slechts 11 gemeenten met vuurwerkvrije zones werden vorig jaar waarschuwingen of boetes uitgedeeld. In de gemeente Tilburg zijn er dit jaar geen verboden, omdat de overlast niet minder werd en het verbod volgens de gemeente niet te handhaven is. Ook in de gemeente Rotterdam is een vuurwerkvrije zone gesneuveld vanwege een gebrek aan agenten. Het lijkt erop dat vuurwerkvrije zones, gezien de handhavingscapaciteit die zij vragen, met name zin hebben in gebieden waar toch al veel toezicht op straat is. Te denken valt aan de (uitgaans)straten in het centrum van de stad.

ABRvS 14 december 2016, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2016:3342

Door Ad Schreijenberg

"

Actualiteiten overzicht