Nieuwsbrief voor overheden
Een inwoner van de gemeente Zevenaar dient een Wob-verzoek in. Het college reageert daarop met het bericht dat dergelijke verzoeken alleen kunnen worden ingediend via het formulier ‘Verzoek Wet openbaarheid van bestuur’. Het college stelt de inwoner in de gelegenheid het verzoek alsnog door middel van dat formulier in te dienen.
De inwoner heeft daarop geantwoord met het bericht dat een Wob-verzoek vormvrij is en dat hij het college verzoekt tijdig te beslissen op zijn ingediende verzoek. Het college besluit het verzoek met toepassing van artikel 4:5, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) buiten behandeling te stellen omdat geen gebruik is gemaakt van het formulier.
De inwoner stelt beroep in bij de rechtbank. De rechtbank stelt hem in het ongelijk. Want hoewel een Wob-verzoek vormvrij is, laat dat volgens de rechtbank onverlet dat artikel 4:4 Awb aan een bestuursorgaan de bevoegdheid toekent om het gebruik van een aanvraagformulier voor te schrijven. Een aanvraag die op andere wijze is ingediend kan onder omstandigheden op grond van artikel 4:5 Awb buiten behandeling worden gelaten, aldus de rechtbank. De rechtbank oordeelt dat het college dat in dit geval afdoende heeft gemotiveerd door zich op het standpunt te stellen dat het formulier in het algemeen het ordelijk verloop van de behandeling van de aanvragen dient. Bovendien is de inwoner in de gelegenheid gesteld om alsnog gebruik te maken van het formulier.
Het gevolg is dat de Afdeling zich zeer recent over deze kwestie heeft mogen buigen. De Afdeling komt tot een ander oordeel en stelt de inwoner in het gelijk. De Afdeling verklaart artikel 4:4 Awb niet van toepassing op Wob-verzoeken, ook al is dit niet uitdrukkelijk in de Wob bepaald. Een Wob-verzoek kan niet buiten behandeling worden gesteld wegens het niet gebruiken van het door het college voorgeschreven formulier. Een bestuursorgaan mag een dergelijk formulier vaststellen, maar het gebruik daarvan mag niet verplicht worden gesteld. Uitgangspunt van de Wob is namelijk dat een verzoek om informatie vormvrij is. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Wob volgt dat geen drempels mogen worden opgeworpen voor het indienen van een Wob-verzoek, omdat dit afbreuk zou doen aan de doelstelling van de Wob. Dat uitgangspunt geldt nog steeds, gezien de geschiedenis van de totstandkoming van de op 12 juli 2016 aangenomen Wijziging van de Wet openbaarheid van bestuur in verband met aanvullingen ter voorkoming van misbruik. Ook daarin is opgenomen dat een formeel vereiste van een schriftelijk verzoek een ongewenste drempel zou opwerpen.
ABRvS 17 augustus 2016, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2016:2273
"