Nieuwsbrief voor overheden
Een voorbijganger struikelt over elektriciteitskabels, die over de openbare weg naar marktkramen zijn gelegd. Is de gemeente Nijmegen daarvoor aansprakelijk?
Het hof zowel als de Hoge Raad oordelen dat stroomkabels die door marktlieden worden neergelegd als er markt is, geen onderdeel uitmaken van de weg als opstal, omdat deze kabels niet vast zijn verbonden met de weg of weguitrusting en ook niet dienen ten behoeve van enige functie van de weg. Opstalaansprakelijkheid is dus niet aan de orde.
Voorwerpen die op, naast of boven de verkeerspalen zijn aangebracht of die dienen ter inrichting van de verkeersbaan voor het verkeersgebruik, vallen wel onder het begrip opstal.
Voor wat betreft aansprakelijkheid toetst het hof aan de zogenaamde ‘kelderluik-criteria’ (HR NJ 1966/136). Kort gezegd is in dit arrest uitgemaakt dat als een willekeurige voorbijganger een kelderluik open ziet staan, deze voorbijganger in principe actie moet ondernemen indien tot hem doordringt dat dit een gevaarlijke situatie is.
Uit het arrest van de Hoge Raad kan worden afgeleid dat toepassing van deze criteria in een zaak als deze niet helemaal correct is. Immers, anders dan een willekeurige voorbijganger, heeft een wegbeheerder als de gemeente wel een algemene zorgplicht ten aanzien van de veiligheid van weggebruikers, ook voor voorwerpen op de weg. Als een wegbeheerder bekend is met de aanwezigheid van bijvoorbeeld elektriciteitskabels, dan is het voor de vraag of hij aansprakelijk is van belang in hoeverre niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid door weggebruikers waarschijnlijk is, hoe groot de kans is dat daaruit ongevallen ontstaan, hoe ernstig de gevolgen kunnen zijn en in hoeverre het nemen van veiligheidsmaatregelen bezwaarlijk is. Daarbij kunnen ook de herkomst, aard en functie van een voorwerp op de weg een rol spelen, alsmede de ligging, functie, fysieke toestand en het te verwachten gebruik van de weg.
Dat zijn criteria die erg lijken op de kelderluik-criteria, zodat het arrest van het hof niet wordt vernietigd. Het hof had geoordeeld dat de kans dat voetgangers struikelen over de goed zichtbare kabels niet groot was (en dus het gevaar gering), dat de kans op ernstige ongevallen ook niet groot was en dat niet was gebleken dat de gemeente veiligheidsmaatregelen had kunnen treffen om het ongeval te voorkomen. Het was die dag druk op de markt en daardoor had de voorbijganger geen goed zicht op het trottoir. Volgens het hof hoefde de gemeente geen verdergaande maatregelen te treffen, want een voetganger die zich in zo’n situatie bevindt, dient nog meer dan anders op te letten waar hij zijn voeten plaatst!
De omstandigheid dat de gemeente niet eerder klachten had gehad over struikelgevaar op de markt, wijst erop dat ongevallen zoals deze weinig voorkomen en dat de kans daarop dus gering is.
HR 7 oktober 2016, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:HR:2016:2283
Door mr. U.T. Hoekstra
"