Nieuwsbrief voor overheden

Waar gaat het over? 
Een omwonende van vakantiepark Parc de Kievit in Baarle-Nassau betoogde dat het college bij de verlening van de omgevingsvergunning voor twaalf recreatiewoningen ten onrechte de ruimtelijke gevolgen voor omwonenden niet had meegewogen en dat een belangenafweging ontbrak. Daarnaast voerde hij aan dat de vergunning geweigerd had moeten worden vanwege het ontbreken van een watervergunning van het Waterschap De Dommel, onvoldoende rioleringscapaciteit, en het niet toetsen van de financiële haalbaarheid van het bouwplan.

OPA bouw: limitatief-imperatief stelsel
De rechtbank stelt voorop dat het college een omgevingsvergunning heeft verleend voor een omgevingsplanactiviteit op grond van artikel 5.1, eerste lid, onder a van de Omgevingswet, in samenhang met artikel 22.26 van het Omgevingsplan. Het beoordelingskader voor deze OPA bouw is neergelegd in artikel 22.29 van het Omgevingsplan. Die bepaling kent een limitatief-imperatief stelsel: het college beoordeelt uitsluitend of sprake is van één van de in dat artikel opgesomde weigeringsgronden. Artikel 22.29 bevat geen weigeringsgrond die betrekking heeft op de ETFAL. Het college mocht en moest zelfs de toets aan ETFAL dan ook buiten beschouwing laten. Hetzelfde geldt voor het uitvoeren van een bredere ruimtelijke belangenafweging.

ETFAL kan wél een rol spelen bij een binnenplanse OPA wanneer het bouwplan niet rechtstreeks voldoet aan de planregels maar wel kan voldoen aan de voorwaarden van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, die is opgenomen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. In dat geval moet het college beoordelen of de activiteit in overeenstemming is met ETFAL op grond van artikel 22.281 van de Bruidsschat (vgl. ABRvS 13 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4624, r.o. 14). 

ETFAL wél bij de BOPA
De ETFAL speelt verder een rol bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Op grond van artikel 8.0a, tweede lid van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) moet het college bij een BOPA beoordelen of sprake is van ETFAL. De rechtbank merkt daarbij op dat als zij zou concluderen dat het bouwplan in strijd is met het Omgevingsplan, en dus dat sprake is van weigeringsgrond a van artikel 22.29, dit tevens betekent dat sprake is van een BOPA. In dat geval zou het bestreden besluit vernietigd moeten worden en zou het college alsnog de ETFAL moeten beoordelen. Die situatie deed zich hier echter niet voor: de rechtbank oordeelde dat de twaalf recreatiewoningen wel binnen het Omgevingsplan passen.

Uitvoerbaarheid en watervergunning: buiten het beoordelingskader
Ook de overige gronden van eiser, het ontbreken van een watervergunning, onvoldoende rioleringscapaciteit en het niet toetsen van de financiële haalbaarheid, konden niet leiden tot vernietiging van het bestreden besluit. Geen van deze aspecten ziet op de weigeringsgronden van artikel 22.29 van het Omgevingsplan. Voor de watervergunning geldt bovendien dat daarvoor een aparte procedure bij het Waterschap geldt. De vraag of die vergunning vereist is en verleend kan worden, valt buiten de omvang van dit beroep.

Rb. Zeeland-West-Brabant 9 april 2026, www.rechtspraak.nlECLI:NL:RBZWB:2026:2909

Actualiteiten overzicht

Maak kennis met onze specialisten

Bekijk ons team