Nieuwsbrief voor overheden

Ambtenaren van de Koninklijke Marechaussee maakten gebruik van de Westerscheldetunnel om hun standplaats te bereiken. Op grond van een mandaatbeschikking werden de tolgelden vergoed. Toen deze beschikking per augustus 2008 werd ingetrokken, werd de vergoeding nog tot januari 2015 voortgezet. Een ambtenaar die de vergoeding van haar reiskosten zag wegvallen deed vervolgens een beroep op het vertrouwensbeginsel. De Centrale Raad oordeelde echter dat geen vertrouwen op voortzetting kon ontstaan door de feitelijke betalingen en verklaarde het beroep ongegrond.

Het woon-werkverkeer van appellante gaat door de Westerscheldetunnel. Voor de te betalen tolgelden ontving zij een vergoeding van de Koninklijke Marechaussee op grond van een mandaatbeschikking. Deze beschikking werd ingetrokken per 1 augustus 2008, waarna het uitbetalen van de vergoeding nog werd voortgezet tot 1 januari 2015.

Vanaf 1 januari 2015 werd de gedoogpraktijk beëindigd en werd de feitelijke vergoeding van de tolgelden stopgezet. Hierbij werd een afbouwregeling getroffen, bestaande uit een vergoeding van de tolgelden gedurende vijf maanden. De afbouwregeling was bedoeld om te worden aangeboden aan alle betrokken medewerkers. Per abuis werd de regeling niet meteen aan appellante toegekend. Deze vergissing is tijdens het beroep hersteld door de afbouwregeling alsnog met terugwerkende kracht toe te kennen. Desondanks zette appellante haar beroep voort.

Appellante stelde zich op het standpunt dat de vergoeding van tolgelden niet stopgezet had mogen worden. Daarbij deed zij een beroep op de hardheidsclausule en beriep zich op het vertrouwensbeginsel. Door het voortzetten van de betaling van de vergoedingen zou bij haar het gerechtvaardigd vertrouwen zijn ontstaan dat de vergoeding tot het einde van haar diensttijd zou worden voortgezet.

In lijn met vaste jurisprudentie bepaalt de Centrale Raad dat de betalingen niet op een lijn kunnen worden gesteld met uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en ongeclausuleerde toezeggingen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel van appellante slaagt niet. De reiskostenvergoeding mocht worden stopgezet. Het beroep is ongegrond.

CRvB 20 april 2017, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:CRVB:2017:1538

Door Marlies Blesgraaf

"

Actualiteiten overzicht