Nieuwsbrief voor overheden

Als een waterschap werkzaamheden moet uitvoeren aan waterstaatswerken en daarvoor is grond van ingelanden nodig, dan kan het waterschap een gebruikersovereenkomst sluiten. Indien de ingeland niet instemt met een overeenkomst kan het waterschap een gedoogplicht opleggen, mits het verlies van eigendom geen onteigening vordert. De schade die een ingeland als gevolg van de uitoefening van de taak van het waterschap lijdt komt voor vergoeding in aanmerking. De Afdeling kadert artikel 7.14 in een uitspraak van 1 maart jl. in.

Wetterskip Fryslân heeft een gebruikersovereenkomst gesloten met de eigenaar van een perceel vanwege uit te voeren werkzaamheden (onder meer het verbreden van de watergang). In de overeenkomst is een vergoedingsplicht opgenomen. Verder is de gebruikelijke bepaling opgenomen dat de verplichtingen aan nieuwe eigenaren moeten worden opgelegd door de opname van een kettingbeding in de koop- en leveringsakte.

De eigenaar van het perceel verkoopt vervolgens het perceel. Het kettingbeding wordt niet opgelegd aan de nieuwe eigenaar.

De nieuwe eigenaar stelt zich op het standpunt niet gehouden te zijn aan de met de oude eigenaar gesloten gebruikersovereenkomst. De nieuwe eigenaar stelt zich verder op het standpunt dat hij alleen medewerking verleent indien het waterschap aan hem een vergoeding toekent. Dat leidt ertoe dat het waterschap een gedoogplicht oplegt. Verder wijst het waterschap bij afzonderlijk besluit de toekenning van een schadevergoeding af. Het waterschap is namelijk van mening dat de vergoeding is toegekend aan de oude eigenaar en dat de oude eigenaar heeft verklaard dat de overeengekomen vergoeding tot uitdrukking is gebracht in de hoogte van de overeengekomen koopsom. Bovendien heeft het waterschap voor het passeren van de leveringsakte bij de notaris aan de nieuwe eigenaar een afschrift van de gebruikersovereenkomst verstrekt. Het waterschap voert dus het verweer dat de schade ‘anderszins verzekerd’ is als bedoeld in artikel 7.14, eerste lid, van de Waterwet (Wtw).

De rechtbank is het eens met het waterschap: de gedoogplicht is terecht opgelegd en de gestelde schade komt niet voor vergoeding in aanmerking omdat deze voorzienbaar is.

Voor wat betreft de gedoogplicht overweegt de Afdeling als volgt. Op grond van artikel 5.24, eerste lid, van de Wtw kan een waterschap aan de rechthebbende van onroerende zaken de verplichting opleggen om werkzaamheden aan een waterstaatswerk te gedogen, wanneer de belangen van die eigenaar onteigening niet vorderen.

Volgens de uitspraak van de Afdeling van 19 juni 2013 (ECLI:NL:RvS:2013:CA3668) is voor het antwoord op de vraag of de belangen van een rechthebbende onteigening vorderen van belang hoeveel grondoppervlak er nodig is ten opzichte van de totale grondoppervlakte. Verder is van belang of zich bijzondere omstandigheden voordoen, zoals de bruikbaarheid van het perceel na uitvoering van de werkzaamheden.

In dit geval betreft het verlies van eigendom 2

Actualiteiten overzicht