Nieuwsbrief voor overheden

Onrechtmatige overheidsdaad. Besluitaansprakelijkheid. Bouwvergunning geweigerd. Miskenning dat reeds begunstigend besluit van rechtswege was verleend. Gronden voor en ingangstijdstip van aansprakelijkheid.

De gemeente Den Haag weigert in februari 2009 een bouwvergunning fase I. Ten onrechte, aldus de Afdeling in een uitspraak d.d. februari 2012: de aanvraag was in overeenstemming met het bestemmingsplan en daarom was de bouwvergunning fase I reeds in 2009 van rechtswege verleend. Na publicatie wordt deze bouwvergunning in april 2012 onherroepelijk; de bouwvergunning fase II is nooit aangevraagd.

De aanvragers dienen een schadeclaim in. Het hof oordeelt dat het niet juist is dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld door niet tijdig op de aanvraag fase I te beslissen: de enkele overschrijding van de wettelijke  beslistermijn verplicht niet tot vergoeding van schade. Bovendien ontbreekt het causaal verband, aldus het hof, want in 2008/9 was het crisis en er bestaat twijfel aan de haalbaarheid en het realiteitsgehalte van het bouwproject. Bovendien was verlening van de vergunning fase II geen formaliteit, gesteld dat die vergunning in 2009 vanwege de crisis überhaupt zou zijn aangevraagd.

De Hoge Raad stelt vast dat het draait om de onrechtmatigheid van het besluit van februari 2009 om de aanvraag te weigeren: dat besluit was onbevoegd genomen, want de vergunning bestond reeds van rechtswege. De onrechtmatige daad is dus gepleegd bij het nemen van dit besluit in februari 2009. Het hof heeft terecht geoordeeld dat dit besluit niet onrechtmatig was vanwege de laattijdigheid: de aanvragers hadden geen bijkomende omstandigheden aangevoerd die zouden maken dat de laattijdigheid –ook, nog afgezien van de inhoud- tot onrechtmatigheid zouden moeten laten concluderen.

Een andere onrechtmatigheid is hierin gelegen, dat de gemeente de aanvragers niet er van in kennis had gesteld dat de aangevraagde vergunning van rechtswege was verleend. Was dit onzorgvuldig? Misschien wel, maar dat was door de aanvragers niet gesteld. Daarom had het hof de claim terecht afgewezen.

De les uit deze uitspraak is dat het er toe doet hoe een eiser zijn vordering inkleedt!

Hoge Raad 15 maart 2019, www.rechtspraak.nl; ECLI:NL:HR:2019:353

Door Rikkert Hoekstra

"

Actualiteiten overzicht