Nieuwsbrief voor overheden
De gevorderde ontruiming van een horecaruimte in Oss is in kort geding geweigerd wegens het ontbreken van het vereiste spoedeisend belang.
De gemeente verhuurt een horecabedrijfsruimte in de gemeente Oss aan Solo & Duo. De gemeente vordert ontruiming wegens een grote huurachterstand. Gedaagden bestrijden dat sprake is van een spoedeisend belang bij de ontruiming. Daarnaast bestrijden zij de aard en omvang van de gestelde huurachterstand. Zij erkennen wel een gedeelte van de huurachterstand, waarvoor zij als reden geven dat de gemeente niet het normale en volle huurgenot heeft geleverd. Dat ziet op een gedeeltelijk los liggende vloer in het gehuurde, waarvoor volgens gedaagden de gemeente verantwoordelijk is.
Over het spoedeisend belang stelt de gemeente dat met deze grote huurachterstand van haar niet gevergd kan worden dat zij een bodemprocedure afwacht. Verder vreest zij dat gedaagden niet over de financiële middelen beschikken om de huurpenningen te betalen en dat zij daardoor met een oninbare vordering blijft zitten. Ook stelt de gemeente er belang bij te hebben het gehuurde zo spoedig mogelijk leeg te krijgen teneinde het gehuurde aan een huurder ter beschikking te stellen die wel in staat is de huurpenningen tijdig te betalen. Ter zitting heeft de gemeente verklaard dat ze nog niet in serieuze onderhandeling is met een nieuwe huurder, maar dat er wel sprake zou zijn van geïnteresseerden.
De kantonrechter stelt vast dat de gemeente niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij op korte of iets langere termijn een nieuwe huurovereenkomst zou kunnen aangaan met een nieuwe huurder. Verder constateert de kantonrechter dat gedaagden haar onderneming volgens het voorkeursrecht van koop aan een stichting heeft aangeboden, hetgeen betekent dat de exploitatie van de horeca in het gehuurde door gedaagden op afzienbare termijn zal eindigen. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat het belang van gedaagden bij de mogelijkheid haar onderneming nog enige tijd voort te zetten zwaarder weegt dan het belang van de gemeente bij ontruiming van het pand op zeer korte termijn. Overigens is het voorkeursrecht van koop onder meer vastgelegd in een intentieovereenkomst, bij welke overeenkomst ook de gemeente partij is.
De kantonrechter is van oordeel dat voor toewijzing van een geldvordering in kort geding slechts dan plaats is als het bestaan en de omvang van de vordering in hoge mate aannemelijk zijn, terwijl verder uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening vereist is en het risico van onmogelijkheid van terugbetaling – bij afweging van de belangen van partijen – aan toewijzing niet in de weg staat. De kantonrechter is van mening dat tussen partijen sprake is van conflicten en meningsverschillen, waarvoor nader onderzoek nodig is om tot een juiste besluitvorming te kunnen komen. Een dergelijk onderzoek vindt niet in kort geding plaats. De hoogte van het gevorderde bedrag staat bovendien in onvoldoende mate vast.
Rb Oost-Brabant 6 februari 2017, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBOBR:2017:546
Door Lianne Broekhuysen
"