Nieuwsbrief voor overheden
Gefaseerde opdrachtverlening kan gevolgen hebben voor de vraag wanneer een opdracht is afgerond en daardoor wanneer verval- en verjaringstermijnen aanvangen. Een recente uitspraak van de rechtbank Den Haag bevestigt dat opdrachtgevers dit zich onvoldoende realiseren en daardoor deze termijnen tegengeworpen kunnen krijgen.
In opdracht van ProRail is enkele jaren gelden in Delft een nieuwe spoortunnel met station gebouwd. OBS trad hierbij op als gedelegeerd opdrachtgever van ProRail. Het maken van het ontwerp van bovengrondse deel van het station en het hiermee verbonden stadskantoor is verstrekt aan Mecanoo. OBS heeft Mecanoo in dat kader verschillende opdrachten verstrekt, te weten het opstellen van het voorlopige ontwerp (fase 1), het opstellen van het definitief ontwerp (fase 2) en opstellen van het technisch ontwerp/bestek (fase 3). Op deze opdrachten is steeds De Nieuwe Regeling 2005 (hierna: DNR) als algemene voorwaarden van toepassing verklaard. OBS heeft ook opdracht gegeven aan Mecanoo om de prijs- en contractvorming (fase 4) en begeleiding van de uitvoering (fase 5) uit te voeren.
Relevant is dat het ontwerp van het ondergrondse deel van het station uitging van open verbindingen vanaf de treinsporen, zodat er luchtverplaatsingen in de stationshal zouden optreden bij het rijden van de treinen door de tunnels. Dit had tot gevolg dat bij de afbouw van de stationshal, zoveel mogelijk gebruik diende te worden gemaakt van materialen die niet gevoelig zouden zijn voor drukvariaties. Tijdens het uitvoeren van testritten door de nieuwe spoortunnels, bleek dat de draaideuren in de stationshal niet opgewassen waren tegen de luchtdrukverplaatsingen. De deuren klapten bij het passeren van treinen op hoge snelheid in de zogenaamde ‘vaanstand’, ofwel in de noodstand om mensen eenvoudiger uit het gebouw te laten vluchten.
OBS stelt Mecanoo bij brief van 21 april 2006 in gebreke en eist dat een aangepast bestek wordt opgesteld. Een nieuw ontwerp wordt gemaakt, maar Mecanoo wijst de verantwoordelijkheid van de hand. In maart 2018 schrijft OBS aan Mecanoo, dat het recht om een vordering jegens Mecanoo in te stellen na verloop van 2 jaar na de ingebrekestelling zal vervallen (art. 16 lid 3 DNR) en vraagt Mecanoo om in te stemmen met verlenging van die termijn. Mecanoo gaat hiermee akkoord, waarna OBS haar vorderingen op Mecanoo cedeert aan ProRail.
ProRail start in 2019 een procedure tegen Mecanoo en vordert dat, voor recht wordt verklaard dat Mecanoo is tekortgeschoten en ruim € 500.000,- aan ProRail dient te voldoen. ProRail stelt in het kort dat Mecanoo zou zijn tekortgeschoten in de uitvoering van fase 3, doordat zij niet de juiste draaideuren in het bestek heeft opgenomen.
De rechtbank stelt vervolgens vast dat OBS per fase separate opdrachten aan Mecanoo heeft verstrekt en er dus sprake was van afzonderlijke overeenkomsten. Er was volgens de rechtbank dus geen sprake van één opdracht, zodat per opdracht moet worden beoordeeld of vervaltermijnen zijn gaan lopen en verstreken zijn. Met toepassing van het ‘Haviltex-criterium’ legt de rechtbank een artikel uit de overeenkomst in samenhang met de DNR zodanig uit, dat de vervaltermijn van artikel 16 lid 4 DNR al in 2011 is aangevangen toen in 2011 het bestek werd goedgekeurd. Mecanoo kan dus niet meer worden aangesproken voor haar vermeende fout in fase 3, omdat het vorderingsrecht van ProRail is vervallen. Dat Mecanoo heeft ingestemd met de verlenging van de termijn van artikel 16 lid 3 DNR, maakt zulks niet anders volgens de rechtbank.
ProRail heeft verder gesteld dat, Mecanoo ProRail had moeten wijzen op het verlopen van de vervaltermijnen onder verwijzing naar enkele arresten van de Hoge Raad over verzekeringsvoorwaarden. De rechtbank volgt dit standpunt niet en benadrukt daarbij dat het een geschil tussen twee gelijkwaardige professionele partijen gaat, die bekend moeten worden geacht met de inhoud van de DNR en de daarin opgenomen vervaltermijnen.
Rb Den Haag 18 maart 2020, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBDHA:2020:2350
Door Anouk Broekman-de Feijter
"