Nieuwsbrief voor overheden
Aanleiding voor het geschil is het bestemmingsplan “Buijtenland van Rhoon 2021”, vastgesteld door de raad van de gemeente Albrandswaard op 3 april 2023. Het plan maakt onder meer een horecavoorziening mogelijk op de locatie “Graaf van Portland”, nabij de Koedoodhaven in de gemeente Barendrecht. De gemeente Barendrecht stelde beroep in omdat zij vreesde dat deze horecavoorziening de ontwikkeling van een vergelijkbare voorziening bij de Koedoodhaven – gelegen op haar eigen grondgebied – zou doorkruisen. Daarnaast betoogde zij dat het plan onvoldoende voorzag in de benodigde ondersteunende voorzieningen, zoals parkeerplaatsen.
Ontvankelijkheid: gemeente als rechtspersoon of bestuursorgaan?
De Afdeling komt niet toe aan een inhoudelijke beoordeling, maar verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Centraal staat de vraag of de gemeente Barendrecht als rechtspersoon kan worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 Awb.
De gemeente had in een later stadium van de procedure betoogd dat het eigenlijk de bedoeling was beroep in te stellen namens het college van burgemeester en wethouders. De Afdeling maakt daar korte metten mee: de identiteit van de appellant moet kenbaar zijn vóór het verstrijken van de beroepstermijn (ABRvS 1 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2562). Van een beroep namens het college was binnen die termijn geen sprake, zodat een latere correctie niet mogelijk is.
Vervolgens beziet de Afdeling of de gemeente Barendrecht als publiekrechtelijke rechtspersoon een eigen rechtstreeks belang heeft bij het bestreden besluit. Op grond van artikel 1:2, tweede lid, Awb worden aan bestuursorganen toevertrouwde belangen als hun belangen beschouwd. Het belang van een goede ruimtelijke ordening is op grond van artikel 3.1 Wro echter toevertrouwd aan de gemeenteraad en het college en niet aan de gemeente als rechtspersoon. Voor de rechtspersoon gemeente geldt daarom de gewone maatstaf van artikel 1:2, eerste lid, Awb: zij moet feitelijk worden getroffen in een eigen, persoonlijk, objectief bepaalbaar en actueel belang.
Aan die maatstaf voldoet de gemeente Barendrecht niet. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting leidt de Afdeling af dat de gemeente geen gronden heeft binnen het plangebied, noch gronden met een recreatieve bestemming rondom de Koedoodhaven. Het mogelijk maken van horeca op de locatie “Graaf van Portland” belet de gemeente Barendrecht dus niet om op eigen gronden een horecavoorziening te realiseren. Van een aantasting van vermogensrechtelijke belangen is evenmin gebleken.
Beroep omwonende ongegrond
Ook het beroep van de omwonende [appellant sub 2] slaagt niet. Hij beperkte zich in het beroepschrift tot een verwijzing naar zijn eerdere zienswijze, zonder toe te lichten waarom de weerlegging daarvan in het bestreden besluit onjuist zou zijn. Zijn ter zitting ingenomen standpunt over de verkeersveiligheid op de Koedood – de erftoegangsweg waarover meer recreanten het plangebied zouden bereiken – acht de Afdeling onvoldoende onderbouwd. De raad had immers toegelicht dat de capaciteit van de weg ruimschoots is berekend op de toename en dat er aparte wandel- en fietspaden worden aangelegd.
De uitspraak illustreert een valkuil. Wie als gemeente wil opkomen tegen het ruimtelijk beleid van een buurgemeente moet er tijdig op toezien dat het beroep wordt ingesteld namens het juiste bestuursorgaan en niet namens de gemeente in haar hoedanigheid van rechtspersoon. Een herstelpoging achteraf, na ommekomst van de beroepstermijn, biedt geen soelaas.
ABRvS 6 mei 2026, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2026:2564.