Nieuwsbrief voor overheden

Duurzame investeringen
Een ondernemer in de gemeente Amstelveen had in 2013 het plan zijn pand te verduurzamen en energiepositief te maken. In 2014 liet hij dan ook op het dak van het pand en aan drie van de gevels van het pand zonnepanelen plaatsen. Verder installeerde de ondernemer kleine windturbines op het dak, isoleerde hij het dak, bracht hij witte dakbedekking aan, plaatste hij warmtepompen en batterijen en verving hij de ramen van het pand. 

De gemeentebomen rondom het perceel wierpen echter schaduw op de zonnepanelen. In dit kader verzocht de ondernemer instemming van de gemeente voor de kap van 43 bomen die schaduw op de zonnepanelen wierpen. Na een positief advies van de Groenraad Amstelveen besloot de gemeente in 2014 – en bevestigd bij besluit van 1 juni 2015 – medewerking te verlenen aan de kap van 36 bomen. Aan de toezegging verbond de gemeente twee voorwaarden. Er moest een flora- en faunaonderzoek plaatsvinden en de ondernemer zou de uitvoeringskosten moeten betalen.

De kap bleef aanvankelijk achterwege omdat zowel de ondernemer als de gemeente deelnamen aan een gebiedsontwikkelingsproject dat mogelijk de noodzaak voor de kap zou wegnemen. Toen dit project in december 2022 strandde, verzocht de ondernemer alsnog om uitvoering van de toezegging. De gemeente stelde zich echter op het standpunt dat zij de toezegging inmiddels mocht intrekken. Zij wees daarbij op een aangescherpt groenbeleid, het toegenomen belang van bomen voor biodiversiteit en klimaatadaptatie, en op technologische ontwikkelingen waardoor moderne zonnepanelen ook bij schaduw nog voldoende rendement behalen. Volgens de gemeente vormden deze omstandigheden een rechtvaardiging voor intrekking van de toezegging.

Het vertrouwensbeginsel
Volgens vaste jurisprudentie wordt een beroep op het vertrouwensbeginsel beoordeeld aan de hand van een drietrapstoets. Deze toets wordt niet alleen in het bestuursrecht toegepast, maar ook in civiele procedures waarin een partij gerechtvaardigd heeft vertrouwd op toezeggingen of gedragingen van een publiekrechtelijke instantie. 

Allereerst dient er gekeken te worden naar de vraag of er een toezegging (niet zijnde een omgevingsvergunning) is gedaan. De gemeente stelde dat haar besluit van 1 juni 2015 voor de kap van 36 bomen slechts een intentieverklaring was, omdat de twee voorwaarden die zij had gesteld nog niet waren vervuld. 

De rechtbank is het hier niet mee eens. De voorwaarden waren volgens de rechtbank louter procedureel van aard. Ze raakten alleen het tijdstip van uitvoering, niet de beslissing van de gemeente zelf om te kappen. Het flora- en faunaonderzoek bepaalt slechts wanneer de kap mag plaatsvinden, niet of hij mag plaatsvinden. Voorts had de ondernemer altijd te kennen gegeven de kosten voor de uitvoer voor zijn rekening te willen nemen. De gemeente twijfelde daar zelf ook nooit aan, en had nooit een kostenovereenkomst aangeboden. 

De tweede trap, of de toezegging aan het bestuursorgaan kan worden toegerekend stond in het geschil niet ter discussie.

De derde trap bestaat uit een belangenafweging. De rechtbank stelt vast dat het door de gemeente aangevoerde groenbeleid in essentie overeenkomt met het beleid dat in 2014 en 2015 gold. Ook toen gold een behoudend groenbeleid. Desondanks koos de gemeente destijds bewust voor de kap, mede vanwege het unieke duurzaamheidskarakter van het pand. De gemeente betoogde dat dit unieke karakter inmiddels is verdwenen omdat energiepositieve panden niet langer bijzonder zijn. Maar zij onderbouwde dat niet met concrete feiten, zodat de rechtbank ervan uitging dat ook op dit punt niets wezenlijks was veranderd. 

Rb Amsterdam 11 maart 2026, www.rechtspraak.nlECLI:NL:RBAMS:2026:3163

Actualiteiten overzicht

Maak kennis met onze specialisten

Bekijk ons team