Nieuwsbrief voor overheden

De Partij voor Weert, een lokale politieke partij, maakt via Twitter bekend een bepaald logo te zullen gebruiken, dat grote gelijkenis vertoond met het gemeentewapen. De gemeente Weert verzet zich daartegen. De rechtbank Limburg overweegt dat de Kroon bij Koninklijk Besluit aan een gemeente het publiekrechtelijk recht toekent om een bepaald wapen te voeren. Dit wapen functioneert als symbool voor de desbetreffende decentrale overheid. Daaruit volgt dat het gebruik van dat wapen moet worden aangemerkt als een exclusief recht van de gemeente. Bovendien had de gemeente ook nog het wapen als beeldmerk geregistreerd bij het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom.

De Partij voor Weert voert aan dat de gemeente misbruik van recht maakt, enkel omdat andere politieke partijen daar een belang bij hebben en de procedure een zware financiële wissel trekt op de partijkas. Dit verweer treft echter geen doel: de gemeente heeft een gerechtvaardigd belang bij handhaving van de haar toekomende rechten. Dat de partijkas wordt belast, maakt nog niet dat er sprake is van misbruik van rechten.

De Partij voor Weert voert aan dat het totale beeldmerk van de gemeente, dus niet alleen het wapen, niet wordt verward met het logo van deze partij. Verwarringsgevaar is echter niet relevant: het gaat om het enkele gebruik van het wapen. Bijvoorbeeld bij handelsnamen is het verwarringsgevaar wel relevant, maar dat geldt niet voor intellectuele eigendomsrechten. Voor dergelijke rechten, zoals het recht op het gemeentewapen, geldt dat het de niet-gerechtigden verboden is om het te gebruiken, los van de vraag of er al dan niet verwarring bestaat. Overigens is de rechtbank het wel met de gemeente eens dat bij gebruik door niet-politieke verenigingen (die bovendien vaak door de gemeente worden gesubsidieerd of gedeeltelijk van de gemeente afhankelijk zijn) gevaar voor verwarring minder zwaar weegt, maar dat dat anders ligt bij organisaties als politieke partijen. Gevaar voor verwarring tussen de gemeente en een politieke partij is niet wenselijk, aldus de rechter. Dat valt te begrijpen: een politieke partij vertegenwoordigt slechts een deel van het electoraat, niet de hele gemeente!

De gemeente heeft nog aangevoerd dat aan andere organisaties toestemming is verleend voor het gebruik van het gemeentelijk wapen, maar dat dergelijke toestemming niet is of zal worden verleend aan politieke partijen. Er is dus geen sprake van willekeur of strijd met gelijkheidsbeginsel.

Juridisch interessant aan deze uitspraak is dat het recht op het wapen wordt beschouwd als een intellectueel eigendomsrecht: bij een opsomming van soorten intellectuele eigendomsrechten zal dit recht vaak ontbreken. In het vonnis wordt een bericht van de Minister van Binnenlandse Zaken geciteerd, die is verzonden op verzoek van de Hoge Raad van Adel, waarin –samengevat– is gesteld dat de grondslag voor het bestaan van dit recht wordt gevormd door een Koninklijk Besluit d.d. 23 april 1919, aangevuld door het koninklijk besluit van 21 oktober 1977: dat is wel een bijzondere juridische basis voor het bestaan van een dergelijk recht! Immers, rechten vinden meestal hun grondslag in wetten in formele zin.

Rb Limburg 5 september 2018, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBLIM:2018:8307

Door Rikkert Hoekstra

"

Actualiteiten overzicht