Nieuwsbrief voor overheden
Het belanghebbende begrip in het omgevingsrecht blijft de gemoederen bezig houden. Het is vaste rechtspraak dat het voor het zijn van belanghebbende aannemelijk moet zijn dat ter plaatse van de woning of het perceel van de betrokkene ‘gevolgen van enige betekenis’ kunnen worden ondervonden. De Afdeling geeft in deze uitspraak invulling aan dit criterium.
De Afdeling overweegt dat het uitgangspunt is dat degene die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit die het besluit - zoals een bestemmingsplan of een vergunning - toestaat, in beginsel belanghebbende is bij dat besluit.
Als correctie op dat uitgangspunt is het criterium ‘gevolgen van enige betekenis’ in het leven geroepen. Dergelijke gevolgen ontbreken als de gevolgen wel zijn vast te stellen, maar de gevolgen van de activiteit voor de woon-, leef- of bedrijfssituatie van de betrokkene dermate klein zijn dat een persoonlijk belang bij het besluit ontbreekt.
De Afdeling geeft aan dat daarbij gekeken zal worden naar de factoren (1) afstand tot, (2) zicht op, (3) planologische uitstraling van en (4) milieugevolgen (onder andere geur, geluid, licht, trilling, emissie, risico) van de activiteit die het besluit toestaat. Die factoren moeten zo nodig in onderlinge samenhang worden bekeken en ook de aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen kunnen van belang zijn.
Specifiek gaat de Afdeling nog in op milieugevolgen. Als bepaalde milieugevolgen zijn genormeerd door een afstandseis, een contour of een grenswaarde, is deze norm niet bepalend voor de vraag of de betrokkene belanghebbende is bij het besluit.
Ook benadrukt de Afdeling nog dat de kring van belanghebbenden kan verschillen per besluit. De kring van belanghebbenden bij een handhavingsbesluit hoeft bijvoorbeeld niet altijd samen te vallen met de kring van belanghebbenden bij een besluit tot vergunningverlening.
Bij besluiten over activiteiten in het omgevingsrecht is het de taak van het bestuursorgaan om de kring van belanghebbenden vast te stellen aan de hand van (onderzoek naar) de feitelijke gevolgen van het besluit. Het is vervolgens aan de bestuursrechter om te oordelen over de vraag wie er belanghebbende bij een besluit zijn. Dat hoeft de rechtszoekende niet zelf aan te tonen.
Slechts als tijdens de procedure de vraag aan de orde is of ‘gevolgen van enige betekenis’ ontbreken en dus de vraag of er aanleiding is de correctie toe te passen, kan en mag volgens de Afdeling van de betrokkene worden gevraagd om uit te leggen welke feitelijke gevolgen hij van de activiteit ondervindt of vreest te zullen ondervinden.
ABRvS 23 augustus 2017, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2017:2271
Door Ad Schreijenberg
"