Nieuwsbrief voor overheden

De Afdeling doet vrijwel wekelijks uitspraak in zaken met betrekking tot woningsluiting op grond van artikel 13b, eerste lid van de Opiumwet (Opw). Op 3 februari jl. werden weer twee uitspraken aan die reeks toegevoegd.

Een veel gehoord verweer van diegenen wiens woning op last van de burgemeester gesloten wordt, is dat zij beknot worden in hun grondrechten.

In deze twee zaken verweerden de appellanten zich op grond van het bepaalde in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Bepleit werd onder andere dat met de woningsluiting sprake zou zijn van criminal charge in de zin van artikel 6 EVRM. De Afdeling overwoog, net als de rechtbank, dat daarvan geen sprake was. De maatregel was geen punitieve sanctie, maar een herstelsanctie: beoogd werd namelijk de beëindiging en voorkoming van overtredingen van de Opw. Uit de uitspraak van de Afdeling met betrekking tot een woning in Maastricht blijkt dat het beëindigen van de overtreding in zo’n geval onder andere kan inhouden dat de inrichting niet meer bekend staat als drugsadres, de rust in de directe omgeving is wedergekeerd en de aantasting van het woon- en leefklimaat is opgeheven. Een sluiting van drie maanden werd noodzakelijk geacht om de woning zichtbaar te onttrekken aan het illegale circuit. In de andere uitspraak, over een woning in de gemeente Steenwijkerland, overwoog de Afdeling eveneens dat geen sprake is van een sanctie met een leedtoevoegend karakter. Toepassing van bestuursdwang is niet in strijd met artikel 6 EVRM en het daarin vervatte recht op een eerlijk proces. Het feit dat niet noodzakelijk was dat de burgemeester aannemelijk maakte dat de aanwezigheid van (hard)drugs overlast heeft veroorzaakt is evenmin in strijd met dat artikel.

Beide appellanten staan ook op het standpunt dat er sprake is van strijd met artikel 8 EVRM (recht op eerbiediging van familie- en gezinsleven). In de Maastrichtse zaak overwoog de Afdeling dat een inbreuk op het woonrecht onder de omstandigheden in deze zaak (grote hoeveelheden drugs) te rechtvaardigen was. In de andere zaak werd overwogen dat de burgemeester er behoudens tegenbewijs van mocht uitgaan dat de appellant niet in de woning woonde: strijd met artikel 8 EVRM is reeds om die reden niet aanwezig.

In de zaak in Steenwijkerland deed de appellant tevergeefs ook nog een beroep op artikel 14 van de Grondwet (beperkingen aan onteigening). De Afdeling overwoog dat de last tot woningsluiting geen ontneming van eigendom is, omdat het gebruik van de woning slechts voor zes maanden wordt beperkt.

Waar overtreding van de Opw vaststaat, staan grondrechten doorgaans dus niet aan de sluiting van een woning in de weg.

ABRvS 3 februari 2016, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2016:185

ABRvS 3 februari 2016, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2016:248

Door mr. drs. A. Schreijenberg

"

Actualiteiten overzicht