Nieuwsbrief voor overheden

In haar uitspraak van 20 februari 2008 oordeelde de Afdeling dat ook bij overtredingen van niet geringe aard en ernst handhaving dermate onevenredig kan zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van handhaving moet worden afgezien.

In haar uitspraak van 8 oktober 2008 oordeelde de Afdeling echter dat volgens vaste jurisprudentie bijzondere omstandigheden slechts tot het oordeel kunnen leiden dat handhavend optreden onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, indien sprake is van incidentele overtredingen en/of overtredingen van geringe ernst. Deze lijn zette de Afdeling in de jaren daarna voort, getuige haar uitspraken van 17 november 2010 en 29 december 2010.

In een uitspraak van 29 oktober jl. pakt de Afdeling weer terug naar deze uitspraak. Waar een woning op een kortere afstand van de erfgrens is gebouwd dan toegestaan overweegt de Afdeling met de rechtbank dat dit geen overtreding van geringe aard en ernst is. Echter, buiten die gevallen kan ook in andere omstandigheden handhavend optreden in verhouding tot de daarmee te dienen belangen zodanig onevenredig zijn dat daarvan in die concrete situatie behoort te worden afgezien. Handhavend optreden zou in dit geval inhouden dat de woning rigoureuze maatregelen zou moeten ondergaan (sloop of verplaatsing). Omdat niet vaststaat dat de schade die de buurman door de bebouwing op kortere afstand lijdt groter is dan wanneer er overeenkomstig de vergunning werd gebouwd, overweegt de Afdeling dat dergelijke maatregelen onevenredig zouden zijn.

ABRvS 29 oktober 2014, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2014:3885

Door mr. C.J. IJdema

"

Actualiteiten overzicht