Nieuwsbrief voor overheden
In vakantiepark “Patersven” te Zundert worden recreatiewoningen op grote schaal permanent bewoond. Deze permanente bewoning is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. De permanente bewoning vindt echter op zo grote schaal plaats dat de gemeente lange tijd het plan heeft gehad de permanente bewoning te legaliseren door van “Patersven” een nieuwe woonkern te maken. Als de betrokken projectontwikkelaar zich uit dit plan terugtrekt, ziet de gemeente zich genoodzaakt toch handhavend op te treden. De gemeente is ook verzocht om handhavend op te treden. Het college van burgemeester en wethouders heeft bij besluiten van 28 mei 2013 een groep permanente bewoners gelast om binnen tien jaar de permanente bewoning te staken en gestaakt te houden op straffe van een dwangsom van € 25.000,-.
Het hoger beroep van de bewoners tegen het handhavend optreden wordt door de Afdeling niet gehonoreerd. Interessant in deze uitspraak, is hoe er tegen de begunstigingstermijn van tien jaar wordt aangekeken. De Afdeling overweegt dat het bestuursorgaan ten aanzien van het bepalen van deze termijn enige vrijheid heeft. De begunstigingstermijn mag echter, op grond van vaste jurisprudentie van de Afdeling, niet wezenlijk langer zijn dan noodzakelijk is om de overtreding op te heffen. De Afdeling oordeelt dat de rechtbank in beroep terecht heeft overwogen dat de begunstigingstermijn van tien jaar niet in overeenstemming is met de strekking van artikel 5:32a lid 2 Algemene wet bestuursrecht. De rechter mocht in dit geval ook zelf in de zaak voorzien en de begunstigingstermijn vaststellen op één jaar. Daarmee is volgens de Afdeling reeds voldoende rekening gehouden met de door de bewoners aangevoerde omstandigheid dat de recreatiewoningen moeilijk verkoopbaar zouden blijken vanwege een combinatie van een groot aanbod ineens en een slechte woningmarkt. De Afdeling wijst er daarbij op dat om aan de last te voldoen, de woningen niet verkocht hoeven te worden, maar dat enkel de permanente bewoning gestaakt dient te worden.
ABRvS 2 juli 2014, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2014:2445
Door mr. M.C. Sinke
"