Nieuwsbrief voor overheden
Vooropgesteld moet worden dat een aanbestedende dienst niet verplicht is een opdracht te gunnen. Dat vloeit voort uit het beginsel van contractsvrijheid en wordt bevestigd in de vaste rechtspraak op dit punt (zie r.o. 4.3. vzr. rb. Amsterdam 22 januari 2013,ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ0664, zie ook r.o. 4.4. vzr. rb. Noord-Nederland 11 januari 2013 ECLI:NL:RBNNE:2013:BY8197). Daarbij zal een beroep op een in de aanbestedingsdocumenten opgenomen voorbehoud om het recht de aanbesteding te stoppen, zwaar wegen bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het staken van de procedure. De inschrijvers hebben zich door middel van hun inschrijving immers akkoord verklaard met dit voorbehoud. In een dergelijk geval komt de aanbestedende dienst een grote vrijheid toe om de aanbesteding stop te zetten, aldus de voornoemde jurisprudentie.
Als er wordt afgebroken rijst de vraag of een nieuwe procedure kan worden opgestart. Indien een heraanbesteding op grond van een ernstig procedureel gebrek plaatsvindt, is een wezenlijke wijziging voor heraanbesteding niet strikt noodzakelijk. Er is sprake van een ernstig procedureel gebrek in een aanbestedingsprocedure indien de voorwaarden en modaliteiten niet op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze zijn geformuleerd en de inschrijvers deze daardoor op verschillende wijze interpreteren (vzr. rb. Noord-Nederland 11 januari 2013 ECLI:NL:RBNNE:2013:BY8197).
In een recente uitspraak van de voorzieningenrechter rechtbank Gelderland van 7 juli 2014 werd wegens een ernstig procedureel gebrek een nieuwe onderhandse aanbestedingsprocedure in de markt gezet. Een inschrijver uit de eerste aanbesteding wordt voor deze nieuwe aanbesteding niet uitgenodigd. In kort geding vordert deze eerdere inschrijver daarom onder andere toelating tot de heraanbesteding.
De voorzieningenrechter overweegt dat “de aanbestedende dienst in beginsel gehouden is de eerdere inschrijvers die zij had uitgenodigd voor de aanbesteding ook voor de heraanbesteding uit te nodigen.” In beginsel, want volgens de voorzieningenrechter is de aanbesteder daar niet toe gehouden als zij daar ‘goede redenen’ voor heeft.
Vzr. rb. Gelderland 7 juli 2014, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBGEL:2014:4742
Door mr. J.J. Jacobse en mr. I. van der Hoeven.
"