Nieuwsbrief voor overheden
Kan een voorzieningenrechter toekomen aan een inhoudelijke beoordeling van een verzoek voorlopige voorziening als een eerder verzoek door de voorzieningenrechter is afgewezen? Dat was de vraag die zich voordeed in de procedure voorlopige voorziening die aanhangig was gemaakt tegen het besluit van de Minister van EZ tot instemming met het (gas)winningsplan van de NAM.
Partij A had een verzoek voorlopige voorziening tegen dat besluit ingediend. Dat verzoek was door de voorzieningenrechter afgewezen.
Vervolgens werd een nieuw verzoek voorlopige voorziening ingediend tegen het besluit door een andere partij. De NAM betoogde dat de voorzieningenrechter niet aan een inhoudelijke beoordeling zou mogen toekomen, nu geen gewijzigde omstandigheden zijn gebleken en het nieuwe verzoek daarom zou neerkomen op een verkapt hoger beroep.
De voorzieningenrechter volgt de NAM hierin niet. Hij overweegt ten eerste dat het verzoek is ingediend door een andere partij en ten tweede dat de gronden van het verzoek niet gelijkluidend zijn. De voorzieningenrechter komt dus wel degelijk aan een inhoudelijke beoordeling van het tweede verzoek toe.
Overigens wordt ook het tweede verzoek afgewezen. Voor zover in het tweede verzoek argumenten worden aangevoerd die ook in het eerste verzoek werden aangevoerd, haalt de voorzieningenrechter aan wat het oordeel van de eerste voorzieningenrechter is geweest en of er aanleiding is om tot een ander oordeel te komen. Daaruit kan worden afgeleid dat de voorzieningenrechter bij een inhoudelijke beoordeling van een tweede verzoek wel degelijk rekening houdt met de uitspraak op het eerste verzoek.
Vzr. ABRvS 29 mei 2015, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2015:1712
Door mr. C.J. IJdema
"