Nieuwsbrief voor overheden

In een recente uitspraak van de voorzieningenrechter rechtbank Overijssel van 4 augustus 2014 stelt de afgewezen inschrijver dat de aanbestedingsstukken, meer in het bijzonder de eisen uit het bestek voor meerdere interpretaties vatbaar en derhalve niet transparant zijn. In de gunningswensen werd gevraagd naar vijf aanvullende wensen. Volgens de afgewezen inschrijver konden de wensen zo ruim ingevuld worden, dat niet helder was op welke kenmerken de aanbestedende dienst zou beoordelen. Bovendien gaf deze wijze van formulering van de wensen de aanbestedende dienst te weinig houvast bij de beoordeling, zodat niet ieder risico op willekeur werd uitgesloten en de uitslag ook niet verifieerbaar was, aldus de afgewezen inschrijver.

Het hof Den Haag heeft recent geoordeeld dat aanbestedingsdocumenten door een aanbestedende dienst voldoende duidelijk (dat wil zeggen, voor één uitleg vatbaar) opgesteld moeten worden. Als een inschrijver zich in een aanbestedingsgeschil beroept op onduidelijkheid van aanbestedingsdocumenten, moet de rechter beoordelen of het betreffende document ruimte biedt voor meerdere interpretaties. Het feit dat een document wellicht voor verwarring kan zorgen is echter onvoldoende om te oordelen dat de aanbestedingsdocumenten niet voldoende duidelijk zijn. Uitgegaan moet worden van een behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende Inschrijver die bovendien een analyse maakt van alle aanbestedingsdocumenten als geheel (hof Den Haag, 25 februari 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:538).

De aanbestedende dienst stelt in deze zaak niet de vraag aan de orde of meerdere interpretaties mogelijk zijn, maar voert in deze zaak het verweer dat de afgewezen inschrijver zijn rechten heeft verwerkt om zich nu nog te beroepen op enig gebrek aan transparantie van de door de aanbestedende dienst gestelde eisen. In dit geval zijn vier Nota’s van Inlichtingen gepubliceerd zodat de inschrijvers ruimschoots in de gelegenheid zijn gesteld om daarover vragen te stellen.

De voorzieningenrechter oordeelt dat van de inschrijvers enige pro-activiteit mocht worden verwacht. Ter opheldering van eventuele onduidelijkheden dan wel onvolledigheid had men vragen kunnen stellen. Dat die gelegenheid niet is benut, maakt dat daarover thans niet meer met vrucht kan worden geklaagd.

Kortom: duidelijkheid in de aanbestedingsstukken en dus ook de Nota van Inlichtingen maakt tegenwerping door een inschrijver in een later stadium lastiger.

Vzr. rb. Overijssel 4 augustus 2014, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBOVE:2014:4201

Door mr. J.J. Jacobse en mr. I. van der Hoeven

"

Actualiteiten overzicht