Nieuwsbrief voor overheden

Toezichthouder geeft kapitein van een schip opdracht om schip af te meren, nadat door een daartoe bevoegde collega telefonisch is besloten om superspoedeisende bestuursdwang toe te passen. Is nu bestuursdwang toegepast?

Casus

Toezichthouders van Rijkswaterstaat zijn aan boord gegaan van een varend binnenvaartschip om te controleren of voldaan werd aan de bepalingen van de Binnenvaartwet (BVW). Zij constateren dat de samenstelling van de bemanning niet voldoet aan artikel 5.6 lid 4 Binnenvaartregeling. Er ontbreekt één lichtmatroos.

De toezichthouder was zelf niet bevoegd om te beslissen namens de minister van IenM bestuursdwang toe te passen. Hij heeft daarop gebeld met een collega die die bevoegdheid wel had. Deze besloot tot het onmiddellijk toepassen van bestuursdwang op de voet van artikel 5:31 lid 2 Algemene wet bestuursrecht (Awb). De bestuursdwang bestond hieruit dat de toezichthouder de kapitein van het schip opdracht gaf om het schip af te meren bij een door hem aangewezen ligplaats. Daar heeft het schip ongeveer een uur stilgelegen totdat de ontbrekende lichtmatroos aan boord kwam.

De minister stelde het besluit tot het toepassen van spoedeisende bestuursdwang nadien op schrift en stuurde dat besluit aan degene die hij als overtreder aanmerkte, in dit geval de enig aandeelhouder van de exploitant van het schip.

De overtreder was het niet eens met dit besluit. Naar zijn mening was geen c.q. onbevoegd bestuursdwang toegepast doordat de opdracht om het schip af te meren in afwijking van de werkinstructie ‘Werkafspraken handhaving binnenvaartwet’ door de toezichthouder gegeven was en niet door degene die bevoegd was om namens de minister te besluiten tot het toepassen van bestuursdwang.

Uitspraak

Artikel 5:21 Awb bepaalt dat onder last onder bestuursdwang wordt verstaan:

a. een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en

b. de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.

Artikel 5:31 lid 1 Awb bepaalt dat het bestuursorgaan in spoedeisende gevallen kan besluiten om bestuursdwang toe te passen zonder voorafgaande last (spoedeisende bestuursdwang).

Artikel 5:31 lid 2 Awb bepaalt dat als de situatie zo spoedeisend is dat een besluit niet kan worden afgewacht, terstond bestuursdwang kan worden toegepast, maar dat het besluit zo spoedig mogelijk nadien alsnog bekendgemaakt wordt (superspoedeisende bestuursdwang).

Artikel 5:31 lid 2 Awb laat onverlet dat wel door of namens het bevoegde bestuursorgaan beslist moet worden tot het terstond toepassen van bestuursdwang. Deze beslissing hoeft alleen niet van te voren op papier te worden gezet en op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt te worden.

In dit geval was de minister het bevoegde bestuursorgaan. Degene die namens de minister besloot en kon besluiten tot het terstond toepassen van bestuursdwang was niet op het schip aanwezig en was ook niet degene die de kapitein de opdracht gaf om het schip af te meren. Dat was de toezichthouder. Volgens de overtreder kon daarom het handelen van de toezichthouder niet worden aangemerkt als het toepassen van bestuursdwang.

De Afdeling passeert dit verweer. De omstandigheid dat degene die namens de Minister de beslissing had genomen niet zelf het roer had overgenomen om het vaartuig stil te leggen acht de Afdeling niet relevant. Dat daarbij is gehandeld in afwijking van de werkinstructie ‘Werkafspraken handhaving binnenvaart’ vindt de Afdeling ook niet onoverkomelijk. De Afdeling acht de handelwijze in overeenstemming met een redelijke uitleg van de werkinstructie en overweegt dat niet gebleken is dat de overtreder door deze handelwijze is benadeeld.

De vraag die bij mij opkwam bij het lezen van deze uitspraak is of hier wel bestuursdwang is toegepast, nu het bestuursorgaan zelf geen feitelijke handelingen heeft verricht.

De Afdeling lijkt antwoord te geven op deze vraag doordat zij overweegt dat de kapitein het schip heeft afgemeerd onder druk van degene die heeft beslist tot het toepassen van superspoedeisende bestuursdwang. Deze overweging roept echter wel vragen op. Als er bestuursdwang wordt toegepast, wordt geen druk meer uitgevoerd om een einde aan de overtreding te maken. Er wordt dan gewoon een einde gemaakt aan de overtreding. Welke druk werd er volgens de Afdeling op de kapitein uitgeoefend?

ABRvS 2 augustus 2017, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2017:2074

Door Jaap IJdema

"

Actualiteiten overzicht