Nieuwsbrief voor overheden
Op 10 januari 2014 heeft de Rijksgebouwendienst, die per 1 juli 2014 is opgegaan in het Rijksvastgoedbedrijf van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, aankondiging gedaan van de openbare Europese aanbestedingsprocedure betreffende de opdracht “Veilig Werken op Hoogte Tranche II”. De opdracht ziet op het realiseren en onderhouden van valveiligheidsvoorzieningen in rijksgebouwen.
De door Eurosafe gedane inschrijving wordt uitgesloten wegens vermeende belangenverstrengeling. Het Rijksvastgoedbedrijf heeft daarop besloten de aanbestedingsprocedure stop te zetten omdat er geen inschrijvingen zijn gedaan die voor gunning in aanmerking komen.
Eurosafe heeft in eerste aanleg en in hoger beroep primair gevorderd de Staat te gebieden om de beslissing om de aanbestedingsprocedure stop te zetten, in te trekken en de Staat te verbieden om de percelen aan een andere marktpartij dan Eurosafe te gunnen.
Eurosafe meent dat haar inschrijving ten onrechte ongeldig is verklaard, omdat er geen sprake zou zijn van belangenverstrengeling. De Staat stelt zich op het standpunt dat de aanbesteding ook zou worden beëindigd indien het hof meent dat de inschrijving niet terzijde had mogen worden gelegd (en dus geen sprake is van belangenverstrengeling). De Staat doet daarbij een beroep op het arrest van het Hof van Justitie EU van 11 december 2014 (ECLI:EU:C:2014:2435).
In laatstgenoemd arrest van het Hof van Justitie EU heeft het Hof van Justitie de regel bevestigd dat de aanbestedende dienst in beginsel kan afzien van het plaatsen van een overheidsopdracht en dat daarvoor geen gewichtige redenen zijn vereist. Het Hof van Justitie heeft verder overwogen dat een besluit tot intrekking van een aanbesteding kan zijn ingegeven door redenen die met name verband houden met de beoordeling of uit het oogpunt van het algemeen belang opportuun is om een aanbestedingsprocedure te voltooien, bijvoorbeeld vanwege de economische context of indien de feitelijke omstandigheden of behoeften van de aanbestedende dienst zijn gewijzigd. Ook indien het concurrentieniveau te laag is gebleken omdat bijvoorbeeld nog slechts één geschikte inschrijver geschikt bleek, kan een reden zijn om de aanbesteding stop te zetten.
Het hof Den Haag stelt voorop dat op een aanbestedende dienst in beginsel geen plicht rust tot het sluiten van een overeenkomst. De Staat heeft deze bevoegdheid ook neergelegd in paragraaf 5.6 van de aanbestedingsleidraad. Ook indien de inschrijving van Eurosafe ten onrechte terzijde is gelegd, mag de Staat de aanbesteding opnieuw stopzetten. De Staat handelt dan immers conform uitgangspunt en paragraaf 5.6 van de aanbestedingsleidraad.
Een paragraaf met de bevoegdheid de aanbestedingsprocedure in te trekken blijft nuttig. Een reden om de aanbestedingsprocedure stop te zetten is al snel gevonden.
Hof Den Haag 24 februari 2015, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHDHA:2015:219
Door mr. J.J. Jacobse en mr. I. van der Hoeven
"