Nieuwsbrief voor overheden

In een uitspraak van de Afdeling van 7 oktober 2015 staat de vraag centraal of besluiten van de burgemeester van Den Haag tot het opleggen en later verlengen van een huisverbod in stand kunnen blijven. De feiten in de zaak zijn ernstig. Een vrouw zou haar man met insectenspray in het gezicht hebben gespoten, waarna hij zich heeft verweerd. De vrouw beweert echter dat de man deodorant in haar ogen heeft gespoten en haar vervolgens heeft geslagen. De Afdeling overweegt dat in ieder geval duidelijk is dat zich een situatie voordeed waarin huiselijk geweld aan de orde was.

Gelet op het beschreven voorval, het feit dat de man dit bij de politie heeft gemeld, en een voorgeschiedenis van in frequentie toenemende meldingen van geweld heeft de burgemeester zich, zo overweegt de Afdeling, op het standpunt mogen stellen dat de aanwezigheid van de vrouw in de woning een ernstig en onmiddellijk gevaar als bedoeld in de Wet tijdelijk huisverbod (Wth) oplevert of in ieder geval een vermoeden daarvan. Hij was daarmee bevoegd tot het opleggen van een huisverbod en kon van die bevoegdheid in redelijkheid gebruik maken. Dat gold ook voor de latere verlenging van het huisverbod, omdat de vrouw toen nog geen begin met hulpverlening had gemaakt.

Wat dat betreft brengt deze uitspraak niet veel nieuws, behalve dan dat het vrij uniek is dat een vrouw uit huis geplaatst wordt. Wat verder opvallend is aan deze uitspraak is dat de Afdeling de besluiten vernietigt (wegens het niet horen van de vrouw), maar de rechtsgevolgen ervan in stand houdt. De overweging daartoe is dat de vrouw in beroep en hoger beroep wel in de gelegenheid geweest is zich over de besluiten uit te laten. Daarnaast geven de bovengenoemde feiten voldoende reden om de rechtsgevolgen geheel in stand te laten.

De reden dat niet gehoord werd is overigens een verklaarbare reden. Het verhoor door de politie werd onderbroken, omdat de vrouw niet in staat was om vragen te beantwoorden. Bij hervatting van het verhoor wilde de vrouw aangifte doen van mishandeling. Het verhoor werd vervolgens twintig minuten onderbroken om het huisverbod uit te reiken. Daarna is de vrouw pas gehoord over het incident. Ten aanzien van het huisverbod werd de vrouw dus niet gehoord. Deze uitspraak is daarmee met name een les voor hulpofficieren van justitie en de politiemensen die doorgaans het huisverbod uitreiken. Zij moeten zich bewust zijn van de samenloop van een strafrechtelijke mishandelingszaak en een bestuursrechtelijk huisverbod en de waarborgen die uit de verschillende wettelijke kaders volgen. In dit geval blijft het huisverbod, onder andere vanwege de ernst van de feiten, in stand. Dat kan in voorkomende gevallen anders zijn.

ABRvS 7 oktober 2015, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2015:3103

Door mr. drs. A. Schreijenberg

"

Actualiteiten overzicht