Nieuwsbrief voor overheden
Aansprakelijkheid van de Staat jegens verhuurder voor schade aan verhuurde zaak als gevolg van onrechtmatig strafvorderlijk optreden jegens huurder. Niet toepasselijkheid van toekenningsregel van artikel 6:101 lid 2 BW.
Een eigenaar verhuurt een bedrijfsruimte in Rotterdam aan een groothandel in horeca behoeften en dranken. Een jaar na aanvang van de huur doet de politie een inval: de politie treft 325 kilogram heroïne aan. Tijdens de inval is er het nodige beschadigd. De eigenaar claimt schadevergoeding voor de aan zijn eigendom toegebrachte schade tot een bedrag van
€ 6.500,--.
Zowel de kantonrechter als het hof wijzen deze schadevergoeding toe. De Hoge Raad bevestigt deze twee uitspraken, uitdrukkelijk overwegend dat hij dit doet in afwijking van een eerdere uitspraak van de Hoge Raad d.d. 2 oktober 2009, NJ 2010-95 (Wherestad).
Het is duidelijk dat de Staat door de politie-inval inbreuk heeft gemaakt op het recht van eigendom. De vraag is of er aanleiding is om de schadevergoeding te beperken.
De kantonrechter en het hof oordelen dat een politie-inval bij de huurder buiten het normale maatschappelijke of bedrijfsrisico van de verhuurder valt. Daarmee is gegeven dat de Staat in beginsel aansprakelijk is voor de volledige schade.
Deze benadering is volledig in strijd met artikel 6:101 lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW). Daarin is bepaald dat als het gaat om schade die is toegebracht aan een zaak die een derde/huurder voor de benadeelde eigenaar in zijn macht had, omstandigheden die aan de derde kunnen worden toegerekend, ook kunnen worden toegerekend aan de benadeelde. De huurder wist dat hij heroïne opsloeg en hij nam daarmee dus het risico op een politie-inval. Dit door hem genomen risico kan ook worden toegerekend aan de benadeelde eigenaar.
Deze wetsbepaling berust onder meer op de gedachte dat het voor de aansprakelijke politie geen verschil mag maken of de zaak die zij beschadigde in eigendom toebehoorde aan, in dit geval: de crimineel, danwel dat de crimineel de beschadigde zaak huurde. De Hoge Raad overweegt dat het argument dat het voor de aansprakelijke geen verschil mag maken of de beschadigde zaak toebehoort aan de crimineel die haar in zijn macht had of aan een ander, in een geval als dit niet opgaat. Het uitgangspunt dat schade die bij rechtmatig strafvorderlijk optreden is veroorzaakt aan zaken aan een ander dan de verdachte niet tot het normale maatschappelijke of bedrijfsrisico van die ander hoort, prevaleert.
Het is waarschijnlijk dat de Staat in het verleden bijvoorbeeld claims van woningbouwcorporaties heeft afgewezen, die nu blijkens dit arrest toch nog zullen moeten worden gehonoreerd door de Staat.
HR 27 oktober 2017, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:HR:2017:2789
Door Rikkert Hoekstra
"