Nieuwsbrief voor overheden
Wanneer u handhavend of sanctionerend wilt optreden naar aanleiding van een overtreding, ligt het voor de hand om de ‘fysieke dader’ aan te schrijven. Daarmee wordt bedoeld degene die met zijn fysieke handelingen de delictsomschrijving (de overtreden norm) vervult. Met name in situaties waarin optreden tegen die fysieke dader weinig zinvol is, is het verstandig om (ook) de zogenaamde ‘functionele dader’ aan te schrijven. Een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven van februari van dit jaar laat zien dat er van functioneel daderschap betrekkelijk snel sprake is.
In deze zaak ging het om een vader die als functioneel dader werd beboet omdat zijn zoon vanaf het erf van zijn vader een illegale radio-uitzending had verzorgd. Het verweer van vader was dat niet hij, maar zijn zoon de overtreding had begaan. Vader zou er zoveel mogelijk op hebben toegezien dat zijn autistische zoon zich aan het verbod hield, maar van hem kon niet worden verwacht dat hij altijd thuis is. Zoon had een overtreding begaan op een dag dat vader niet thuis was. Het College van Beroep begint met de klassieke – uit de strafrechtspraak afkomstige – ‘IJzerdraadcriteria’. De functioneel dader is degene in wiens machtssfeer de fysieke handelingen liggen waardoor de overtreding is begaan en “die voorts die handelingen heeft aanvaard of in het algemeen placht te aanvaarden”. Vervolgens overweegt het College van Beroep dat van dit laatste “in beginsel reeds sprake is als de functionele dader is tekortgeschoten in wat redelijkerwijs van hem verwacht mocht worden om wederrechtelijke handelingen te voorkomen”.
Volgens het College van Beroep wist vader dat er een gerede kans aanwezig was dat zijn autistische zoon zich niet aan het verbod van vader zou houden en de antenne-installatie zou gebruiken voor een illegale radio-uitzending. Er mocht redelijkerwijs van vader worden verwacht dat hij meer maatregelen zou hebben getroffen dan zijn zoon het gebruik van de antenne-installatie verbieden en erop toe te zien dat dit gebruik op het moment dat vader thuis was niet plaatsvond. Het door de boeteoplegger betwiste verweer van vader dat de antenne-installatie moeilijk en alleen tegen hoge kosten te verwijderen wordt door het College van Beroep ter zijde geschoven, omdat vader dat niet nader heeft onderbouwd.
De door het College van Beroep gehanteerde ruime formule is goed bruikbaar bij de motivering van het functioneel daderschap in een handhavings- of sanctioneringsbesluit. Een ander aandachtspunt is om een eventueel verweer van een functioneel dader waarom bepaalde handelingen ter voorkoming van de overtreding niet van hem kunnen worden gevergd – zo mogelijk – gemotiveerd te betwisten. Het is dan vervolgens aan de functioneel dader om voor een nadere onderbouwing te zorgen.
CBB 2 februari 2017, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:CBB:2017:40
Door Bianca d’Hooghe
"