Nieuwsbrief voor overheden
Op 19 september 2018 werd een uitspraak van het Hof Amsterdam gepubliceerd waarin het hof nog eens heeft bevestigd dat de beoordeling van de opbrengstlimiet ook na de invoering van de Wabo moet plaatsvinden op het niveau van de legesverordening als geheel. Dat de gemeenteraad als wetgevend orgaan uitlatingen heeft gedaan waaruit een andere beoordeling blijkt, doet niet af aan het feit dat de gemeente in haar uitvoerende hoedanigheid vasthoudt aan de vaste leer van de Hoge Raad.
Uit zijn arrest van 13 februari 2015 (ECLI:NL:HR:2015:282) volgt dat de Hoge Raad na de invoering van de Wabo geen aanleiding heeft gezien om terug te komen van zijn vaste leer dat toetsing van de opbrengstlimiet van artikel 229b moet plaatsvinden op het niveau van de legesverordening als geheel.
In de Leidraad legestarieven Wabo is het uitgangspunt opgenomen dat er geen ruimte is voor kruissubsidiëring tussen Wabo-leges en leges voor andere gemeentelijke diensten. Dat uitgangspunt is door de Amsterdamse gemeenteraad overgenomen, zo blijkt onder meer uit raadsstukken. De belanghebbende in deze zaak voert aan dat onder die omstandigheden geen ruimte is voor een ander standpunt. Dat zou in strijd zijn met artikel 4:84 van de Awb dat voorschrijft dat een bestuursorgaan in beginsel conform zijn beleidsregels handelt.
Het hof ziet geen grond voor dat oordeel en heeft als volgt overwogen:
“…In de uitlatingen waarop belanghebbende zich beroept, leest het Hof dat de gemeente zich eraan committeert bij de berekening van haar legestarieven in het kader van de vaststelling van de tarieventabel als randvoorwaarde in acht te nemen dat de begrote leges voor omgevingsvergunningen niet meer dan kostendekkend zijn. Deze verplichting heeft de gemeente op zich genomen in haar wetgevende hoedanigheid, en ligt als zodanig geheel in de lijn van de Leidraad legestarieven Wabo, die het karakter heeft van (dringende) aanbevelingen aan de gemeentelijke wetgever. Uit de gedane uitlatingen volgt naar ’s Hofs oordeel niet dat de gemeente in haar uitvoerende hoedanigheid, te weten bij het beoordelen van legesaanslagen, zich eraan heeft gecommitteerd dat het toetsingskader bij een gestelde overschrijding van de opbrengstlimiet voortaan in afwijking van de vaste leer van de Hoge Raad dient te worden toegepast op (uitsluitend) leges binnen dezelfde nauw verwante categorieën (in casu, de bouw- en aanverwante leges). De gemeente heeft overigens ook geen beleidsregels gepubliceerd waarop belastingplichtigen zich jegens haar in deze zin zouden kunnen beroepen.”
Het kostendekkingspercentage van de gehele legesverordening was in dit geval 78 procent, zodat de opbrengstlimiet niet werd overschreden.
Hof Amsterdam 14 augustus 2018, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHAMS:2018:3297
Door Ad Schreijenberg
"