Nieuwsbrief voor overheden
Het komt veelvuldig voor dat oevers, waaraan woonboten gelegen zijn, prachtig ingericht zijn als tuin met hier en daar zelfs een schuurtje of garage. Zo ook, of beter gezegd, niet in de laatste plaats, in Amsterdam-Noord. Daar heeft een aantal eigenaren en bewoners van de woonboten, die daar al sinds eind zestiger en begin zeventiger jaren zijn afgemeerd, de stroken grond, gelegen aan de oever, in gebruik genomen als tuin en voor het oprichten van opstallen, zoals schuren en garages.
De gemeente Amsterdam heeft echter het plan opgevat om een nieuwe woonwijk te realiseren (De Bongerd) en dient in dat verband te kunnen beschikken over de oever. De gemeente stelt zich op het standpunt dat het gebruik van de oevers is gebaseerd op een (stilzwijgend ontstane, mondelinge) bruikleenovereenkomst en zegt deze, in verband met het herinrichtingsplan, op. Een gedeelte van de grond, van ca. 6 meter, valt evenwel buiten het herinrichtingsplan en daarvoor kan een nieuwe bruikleenovereenkomst worden aangegaan. De woonbootbewoners gaan niet met de opzegging akkoord en verzoeken de rechtbank Amsterdam voor recht te verklaren dat de vorderingen van de gemeente, tot opheffing van het onrechtmatig gebruik van de stroken grond als tuin en voor het hebben van de opstallen, zijn verjaard. Voorts verzoeken zij de rechtbank voor recht te verklaren dat zij door verjaring rechthebbende zijn geworden op een erfdienstbaarheid strekkende tot gebruik van de stroken oevergrond voor het hebben van tuinen.
Partijen twisten over de vraag of er sprake is van bezit maar verliezen daarbij beiden uit het oog dat een erfdienstbaarheid alleen kan worden gevestigd ten behoeve van een heersend erf. Daarvoor is noodzakelijk dat het gaat om een onroerende zaak. Een woonboot is een schip in de zin van artikel 8:1 BW en daarmee per definitie een roerende zaak. De woonboten kunnen dan ook niet als heersende erven worden aangemerkt en dat betekent dat er geen erfdienstbaarheid ten laste van de oever kan zijn ontstaan. De bruikleenovereenkomst is, zo oordeelt de rechtbank, beëindigd door opzegging, zodat de woonbootbewoners de oevergrond zonder recht of titel in gebruik hebben.
Nu de gemeente tevens haar belang bij ontruiming heeft aangetoond wordt haar vordering in reconventie toegewezen, althans, voor wat betreft het gedeelte van de grond dat valt buiten de ‘6-meter’-strook. Van deze laatste strook is immers gebleken dat deze niet valt binnen het herinrichtingsplan en tijdens de comparitie van partijen hebben de woonbootbewoners aangegeven de grond te willen huren van de gemeente, mocht hun vordering worden afgewezen. De rechtbank acht het belang van de gemeente bij ontruiming van ook deze strook grond daarmee vervallen.
Rb. Amsterdam 18 februari 2015, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBAMS:2015:770
Door mr. J.G. Cabboort
"