Nieuwsbrief voor overheden

Een recente uitspraak van de Centrale Raad van Beroep maakt duidelijk dat aan het bewaren van de vertrouwelijkheid van informatie  die een ambtenaar op zijn werk ter kennis komt grote waarde wordt gehecht.  

Een administratief medewerker van de gemeente Den Haag geraakte op de hoogte van een mogelijke huisuitzetting van een hem bekende persoon. Die bekende woonde samen met haar partner en kinderen uit een eerdere relatie. Die relatie was met een andere kennis van betrokkene. Betrokkene is met de wetenschap over de dreigende uitzetting naar de kennis gegaan en heeft daarover verteld. Met de dochter van deze kennis is betrokkene vervolgens naar de bekende en haar partner gegaan. Die bekende en haar partner hebben uiteindelijk een klacht tegen betrokkene ingediend. Betrokkene voerde aan dat hij een afweging zou hebben gemaakt tussen de integriteit in zijn hoedanigheid als administratief medewerker en zijn zorg over het welzijn van de kinderen die bij klagers woonden. Er zou ook sprake zijn geweest van onbedoeld lekken (een ‘slip of the tongue’), maar dat wordt, gelet op de eerdere verklaring van betrokkene, door de Centrale Raad niet geloofwaardig geacht. En als het al een verspreking was geweest, dan had betrokkene het lekken van vertrouwelijke informatie moeten melden bij zijn leidinggevende, wat hij niet heeft gedaan. Bijzonder in deze zaak was nog dat betrokkene is blijven doorwerken nadat naar aanleiding van de klacht aan hem was kenbaar gemaakt dat een integriteitsonderzoek zou worden uitgevoerd. Hij mocht aangepast werk blijven verrichten zonder dat zijn autorisaties werden ingetrokken. Pas toen uit het integriteitsonderzoek naar voren was gekomen dat de feiten waarover was geklaagd waar gebeurd waren, is betrokkene geschorst. Het bevoegd gezag komt er mee weg door te erkennen dat het beter was geweest de autorisaties van betrokkene onmiddellijk in te trekken. Het niet intrekken van de autorisaties brengt naar het oordeel van de Centrale Raad niet met zich dat het bevoegd gezag, toen het onderzoek was afgerond, gelet op de aard en de ernst van het plichtsverzuim niet tot strafontslag heeft kunnen besluiten.

CRvB 11 oktober 2018, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:CRVB:2018:3151

Door Bas de Moor

"

Actualiteiten overzicht